Op het moment dat de zon moest opkomen, gebeurde er niets. Het was 27 juli 9792 v.C. en het zou de laatste dag van Atlantis worden. Een onwerkelijke dageraad verscheen, zonder zon en hemel, omdat een broeierige roodachtige nevel, van een diffuse helderheid door zijn dichtheid, alles onderdrukte. De nevel absorbeerde niet alleen alle geluid, maar ook het licht van de zon. Ademen ging moeilijk omdat een scherpe doodsgeur de atmosfeer beheerste. Over het gehele continent begreep men dat het onvermijdelijke stond te gebeuren. En het overlevingsinstinct gaf iedereen een enorme angst voor het komende drama. De paniek die daarop volgde was onbeschrijflijk. De annalen verhalen er uitvoerig van, wat begrijpelijk is gezien de afschrikwekkende vooruitzichten.
De ochtend schreed voort zonder dat iemand wist hoe laat het was, omdat de zon onzichtbaar bleef achter de broeierige, steeds verder bloedrood kleurende mist. Horus begreep dat het laatste uur van zijn land had geslagen. Hij beloofde zijn soldaten dat ze op tijd zouden kunnen vertrekken met hun familieleden. Bovendien besefte hij dat als zijn mensen al zo gedemotiveerd waren, dit bij de rebellen nog veel meer het geval zou zijn. Hij besloot om hiervan te profiteren en een definitieve slag aan de troepen van zijn oom toe te brengen. Snel overlegde hij met zijn commandanten, die door dit voornemen sterk gestimuleerd werden. De verstikkende stilte van de mist had hen bijna gek gemaakt, terwijl de ondraaglijke stank van het roodachtige verschijnsel hun bijna de zinnen had benomen. Ontlading volgde in het gewelddadige treffen met hun tegenstanders, een visioenachtig gebeuren, omdat de mist het zicht nog altijd belemmerde. Toen liet de hemelse woede haar alomtegenwoordigheid kennen. Milde aardbevingen maakten een einde aan de strijd. Niemand zou een overwinning beleven, want iedereen zou omkomen. Sinistere dreunen wierpen velen tegen de grond en schudden hun lichamen door elkaar.
In het paleis nam Geb de leiding weer over. De voormalige monarch had geen andere keuze, want zijn zoon was dood en Horus was nog niet als koning beëdigd. Bij koninklijk decreet besloot hij tot de onmiddellijke en algemene exodus. Iedereen moest alles achterlaten, zonder enige hoop om het ooit nog terug te zien. Eerst werd dit bevel naar de haven gestuurd, zodat het plan in werking kon treden en zoveel mogelijk paniek kon worden voorkomen. De koninklijke soldaten kwamen in actie om degenen die aankwamen te helpen vertrekken.
In de koninklijke haven lagen duizenden onzinkbare mandjits. Ze waren rigoureus beschermd en hadden een volledige overlevingsuitrusting aan boord, waaronder waterkruiken, gerstekoeken en grote hoeveelheden graan. Het van tevoren geoefende evacuatieplan werkte voortreffelijk en in weinig tijd waren er honderdduizenden mensen ingescheept. Tegelijkertijd kwam de evacuatie van de koninklijke families en de hogepriester op gang. Iedereen begaf zich naar de jaren daarvoor toegewezen boten. De hogepriester gaf kalm zijn orders en zijn aanwijzingen werden nauwkeurig opgevolgd. Een armada van volgelingen bracht de schatten in veiligheid. Niemand had enig idee van de omvang van de eventuele catastrofe, maar men verwachtte het allerergste...
Honderd kilometer daarvandaan begonnen duizenden jaren oude vulkanen zich te roeren. Met enorme kracht joegen ze stenen, aarde en stof in de lucht, waardoor een dichte mist ontstond. Een regen van kleine stenen kwam op de hoofdstad en de haven neer. Er vielen doden en gewonden en bij de paniek die daarop uitbrak, sloegen alle stoppen door. Een warme stormloop op de kades brak los, waarbij iedereen alles wegwierp om sneller te kunnen lopen. Elk sprankje menselijk denken werd verdreven door een dierlijk overlevingsinstinct. De militairen werden onder de voet gelopen door de op hol geslagen hordes. De mensen sprongen op de frêle papyrusboten, die met hars en bitumen waren ingesmeerd om ze steviger en waterdicht te maken. Er werd door tientallen gevochten om aan voord van de eerste de beste mandjit te komen, terwijl elke boot maar plaats aan tien personen bood. Nog voor ze van wal konden steken of nadat ze net vertrokken waren, zonken dan ook honderden schepen met al hun opvarenden. Duizenden ongelukkigen vonden hun graf in de haven, die niet lang meer zou bestaan. Men hoorde de vulkanen in de verte zich weer roeren. Lava werd uitgebraakt en in het rond geslingerd, waardoor de geterroriseerde achtergebleven bevolking in een vuurzee omkwam. Een hels vuur zocht zijn weg door de dorpen en steden, alles verpulverend en verzengend wat het maar tegenkwam.
In dit helse gebeuren zochten Nefthys en Isis naar het in stierenhuid gewikkelde lijk van Osiris. Nefthys leidde haar zuster door de dichte mist. Van de soldaten die hen hadden begeleid, waren er slechts drie over. Omdat de zieneres grote moeilijkheden had zich te concentreren om te zien waar het lijk zich bevond, verliep het zoeken moeizaam. De alomtegenwoordige paniek en de duizenden lijken compliceerden de taak enorm. Ze leken wel de enigen die nog in leven waren in deze immensiteit, waarin vogels, dieren en mensen waren omgekomen. Loonde het nog de moeite verder te zoeken als ze toch zouden sterven?
Seth stelde zich dezelfde vraag. Na de eerste bevingen had het grootste gedeelte van zijn brigades de benen genomen. Degenen die schamper hadden gelachen om het voorspelde einde van hun land, sloegen op de vlucht vanwege hun ongehoorzaamheid aan de wetten van God. Voor velen was het te laat. Ook Seth besefte dat zijn rebellie tegen de hemelse wetten het onvermijdelijke proces nog had versneld. Hij bleef alleen achter, verstomd en vol onbegrip over zijn verloren eer en koninkrijk.
Horus gaf aan zijn overgebleven manschappen alle vrijheid om in goede orde te kunnen vertrekken. Zelf besloot hij achter te blijven om zijn oom te zoeken en hem te doden, zodat zijn vader zou worden gewroken. Twee mannen bleven nu achter in een bos, ieder vervuld van de tragische gebeurtenissen. Beiden wisten dat ze de ander moesten doden, wilden ze in de toekomst rust kunnen vinden.
Nogmaals brak de hemelse furie los. Het tumult in de havens bereikte nu zijn hoogtepunt. Honderdduizenden stonden zich in een dichte mist te verdringen om aan boord van een schip te komen. Geen enkele soldaat kon zijn taak verrichten in deze onbeheerste massa. De eerste rijen werden gewoon in het water geduwd. Op dat moment bereikten de overgebleven rebellen de haven. Met niets ontziend geweld baanden ze zich een weg naar de boten. Iedereen die hen in de weg stond, werd in het water geworpen of gedood,. In hun angst maakten ze echter dezelfde fout als hun voorgangers: ze overlaadden de boten. In enkele seconden zonken de vaartuigen en kwamen er nog meer drenkelingen tussen de stapels drijvende lijken. Andere volgelingen van Seth hadden zich naar de koninklijke haven gerept waar de exodus geordend maar met grote haast werd uitgevoerd. De rebellen richtten er een waar bloedbad aan en kozen daarna zee. Gelukkig hadden de hogepriester met zijn familie en ook andere priesters de kade al in enkele boten verlaten. Door de laaghangende rode mist konden ze niets horen of zien van deze moorddadige episode op de laatste dag van hun koninkrijk.
Intussen waren de beide bevelhebbers elkaar genaderd zonder dit zelf te beseffen. De nevel maakte hen onzichtbaar en onhoorbaar voor elkaar. Seth keek om zich heen toen een windvlaag het zich enigszins verruimde, en hij zag Horus op zo'n twintig meter afstand mediteren. Vol haat schreed hij vooruit. Opnieuw schudde de aarde en zond ze een angstaanjagende symfonie de wereld in. De echo ervan klonk zwaar en sinister. De lava stroomde weer en hervatte haar vernietigende werk. Bomen knapten als twijgjes en vlogen daarna knetterend in brand. Het brullende vuur verdelgde alle leven, zowel plantaardig als dierlijk. Niets kon eraan ontsnappen. Een walgelijke geur verspreidde zich. Seth, die op dat moment slechts drie passen van zijn neef was, werd erdoor bedwelmd. Een irrationele paniek maakte zich van hem meester en hij viel aan zonder na te denken. Terwijl zijn zwaard Horus 'schouder schampte, ging zijn kreet verloren in het gebrul van het brandende bos. Een nieuwe houw trof zijn neef midden in het gelaat. Horus sloeg de handen voor zijn ogen, die zich snel met bloed vulden. Zeker van zijn overwinning sloeg Seth op de vlucht voor de aanstromende lava. Mocht Horus nog in leven zijn, dan zou hij zeker omkomen in deze spookachtige vuurstroom.
Enorme brandende wolken ontsnapten aan de lava, die met een monsterachtig gesis voortstroomde. De lavastroom naderde gestaag de zoon van Osiris, die alleen en zwaargewond was overgeleverd aan de hemelse goedheid. Zijn rechteroog was hij kwijt en het andere zat vol bloed. Een van zijn knieën was kopt en een schouder gebroken. Hoewel hij niets kon zien en er machteloos bij lag, was hij echter nog altijd in leven. Hij hoorde het inferno naderen en hoopte dat Isis en de rest van de familie zich hadden kunnen redden. De ziedende massa bereikte de nabijgelegen bomen en stroomde er in enkele seconden omheen. Een zware zucht ontsnapte uit Horus' longen. Hij voelde de zinderende hitte die hem binnen enkele ogenblikken zou verkolen. Toen gebeurde het wonder. Horus was tegen een granieten rotsblok gaan liggen waar de lava alleen maar omheen kon stromen. Zo bleef hij voorlopig veilig.
Aan de kust zag Nefthys een kleine baai met een enorme vijgenboom. Daar bungelde, aan een tak die tot in het water hing, de stierenhuid met het lijk van Osiris. Isis slaakte een zucht van opluchting, hun oponthoud bij het verlaten van deze aarde was niet voor niets geweest. De twee zusters haalden de stierenhuid voorzichtig binnen en de soldaten legden hem op een van de kleine, verlaten mandjits. Na een korte discussie beval de koningin haar zuster om zich samen met de soldaten bij haar familie aan te sluiten. Isis ging er alleen op uit om haar zoon, de wettige eigenaar van het nu verloren koninkrijk, te zoeken. Eenzaam bereikte ze het koninklijk paleis, waar Geb en Noet op het punt stonden te vertrekken. Wanhopig hadden ze op nieuws van hun zoon en kleinzoon gewacht. Geconfronteerd met het vastberaden besluit van Isis om haar zoon te vinden, dicteerde Geb zijn laatste orders. Noet en de achtergebleven notabelen moesten direct vertrekken. Hun bestemming was het uiteinde van het park waar het kanaal op uitkwam. Daar lagen twee grote galeien die zelfs de wildste zeeën konden weerstaan. Een ander land had behoefte aan een nieuwe moeder: een Dame van een nieuwe Hemel. Bij afwezigheid van Osiris en Horus zou zij aan de ontsnapte mensen leren hoe ze in hun tweede vaderland moesten leven. De naam ervan zou Ath-Ka-Ptah worden, dat letterlijk Tweede Ziel van God betekent en dat later door de Grieken werd verbasterd tot Ae-Guy-Ptos, Egypte in het Nederlands.
De op hol geslagen elementen dreven Noet, die had getwijfeld om haar geliefde te verlaten, voort. Een enorme explosie in het centrum van de hoofdstad schokte de overlevenden en joeg hen op in de chaos. Geb, die had besloten om zijn dochter te vergezellen, had een paar hengsten genomen om zo snel mogelijk te kunnen reizen. Toen hij de schade door de op hol geslagen elementen aanschouwde, twijfelde hij eraan of Horus nog in leven was. Isis wilde echter van geen ophouden weten. Vol vertrouwen spoorde ze hem aan, heowel dat moeilijk was in de mist. Plots, uit het niets, begon het op te klaren en scheen er voor het eerst die dag licht. In de verte zagen ze de vulkanische activiteit waaruit duizenden tonnen lava stroomde, stilvallen. Het werd onaards stil. Nu moest het mogelijk zijn om Horus te vinden. Maar waar moesten ze zoeken? Isis richtte haar armen ten hemel en bad:
'O Ptah-Hotep, koning van de hemel: open Uw sluizen zodat het vuur kan worden gedoofd. Red de zoon van Uw zoon. Beveel dat de dag van het Grote Cataclysme niet de dag van de Grote Rouw mag worden. O Ptah-Hotep, koning van de aarde: beveel aan de Grote Stroom om al zijn reserves te openen...'
Zesduizend jaar later zou dit gebed worden gegraveerd in de tomben van de Koningsvallei in Luxor, en ook in Dendera. De annalen van het Boek der Vier Tijden preciseren: het gebed van Isis werd verhoord en een roodachtige regen begon neer te vallen, alsof het bloed van de doden over het verscheurde land werd uitgespreid. Enkele uren later was de lava zodanig afgekoeld en gehard dat Geb en Isis eroverheen konden klimmen. De koningin, wanhopig van verdriet, wist niet welke kant ze opmoest in dit desolate landschap. Net als haar vader was ze doorweekt en uitgeput en kon ze zich slechts moeizaam voortbewegen over het gestolde gesteente. Plotseling zag Isis het lichaam dat ze zochten. Het leek te bewegen... Ze slaakte een kreet van vreugde. Horus dacht dat hij hallucineerde. Zijn moeder kon toch niet bij hem zijn...? Een hand raakte hem aan, en een geliefde stem zei hem: 'Vrees niets meer mijn zoon, God heeft me naar jou geleid om je te redden.'