Beetje verlegen? Dan heb je een sociale fobie! De industrie probeert steeds vaker nieuwe ziektes te bedenken, die met al bestaande pillen kunnen worden behandeld. “Je verkoopt medicijnen door ziektes te verkopen.”

List en bedrog in de pillenhandel
Drie jaar geleden kwamen de Amerikanen erachter dat ze massaal leden aan een tot dan toe nauwelijks bekende stoornis: de sociale fobie. Mensen met deze stoornis zijn zo extreem verlegen dat ze nauwelijks hun huis uitkomen of contacten durven te leggen.
Het nieuws kwam niet uit de lucht vallen, want de media hadden voortdurend over de ziekte bericht. De sociale fobie zou, na depressie en alcoholisme, de meest voorkomende stoornis zijn. Ruim tien miljoen Amerikanen -13% van de totale bevolking- zouden eraan lijden. Gelukkig, zo benadrukten de medici in de berichtgeving, was de aandoening eenvoudig te behandelen. En wel met een geneesmiddel in de vorm van een pil, Seroxat genaamd.
Dit antidepressivum wordt geproduceerd door de farmaceutische gigant GlaxoSmithKline. Het bedrijf had een professioneel pr-bureau ingeschakeld om het medicijn via een miljoenen dollars verslindende campagne te promoten, met behulp van ingehuurde artsen. Deze investering betaalde zichzelf dubbel en dwars terug. Volgens een marketing-nieuwsbrief werden in 1997 slechts vijftig artikelen over sociale fobie gepubliceerd, terwijl de Amerikaanse media in 1999 meer dan een miljard keer melding maakten van de ziekte. En bijna elke keer stond erbij vermeld dat er een nieuw en door de overheid goedgekeurd medicijn was. In het daarop volgende jaar steeg de verkoop van Seroxat, die tot dan toe achter de concurrenten Prozac en Zoloft had aangesukkeld, in de Verenigde Staten met 18%.
Ziektes verkopen
De wijze waarop farmaceutische bedrijven hun pillen aan de man brengen, wordt steeds heviger bekritiseerd door artsen, psychiaters en academici. De industrie zou normaal gedrag medicaliseren en nieuwe ‘ziektes’ bedenken die met al bestaande pillen kunnen worden behandeld. “Je verkoopt medicijnen door ziektes te verkopen”, zegt Carl Elliot, bio-ethicus aan d universiteit van Minnesota. “Als je de enige

fabrikant bent van een medicijn tegen sociale fobie, is het in je belang om de categorie zo breed mogelijk op te rekken en de grenzen zo vaag mogelijk te maken.”
Sociale fobie is een erkende stoornis die is opgenomen in de DSM-IV, het handboek van de American Psychiatric Association (APA). Voor degenen die eraan lijden is de ziekte een groot probleem: vaak gaan ze aan de drank of worden ze depressief. Maar in plaats van 13% van de Amerikanen, zoals de fabrikant van Seroxat beweert, heeft slechts 3,7% een sociale fobie, zegt het National Institute of Mental Health. De campagne voor Seroxat maakt handig gebruik van het feit dat de diagnose lastig is te stellen en de grenzen van de stoornis niet helder zijn. Volgens onderzoek uit 1997 zal in Nederland 7,8% van de bevolking ooit aan de criteria van een sociale fobie voldoen.
Edna Foa, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Pennsylvania, hielp mee om de definitie van de sociale fobie op te stellen voor de DSM-IV. Dat de Seroxat-campagne echte patiënten wijst op het bestaan van een medicijn, vindt ze alleen maar toe te juichen. De advertenties maken echter niet het onderscheid tussen de ziekte sociale fobie en ‘normale’ verlegen bent en extraverter wilt zijn, je Seroxat moet gebruiken.
In de VS groeit de verkoop van de drie belangrijkste antidepressiva Seroxat, Zoloft en Prozac elk jaar met 25%. Afgezien van het feit dat deze middelen veel mensen daadwerkelijk helpen, heeft de toename vooral financiële en commerciële redenen. Uit onderzoek is gebleken dat de genoemde merken alle drie even effectief zijn in de behandeling van depressie. De sterk concurrerende fabrikanten pompen daarom kapitalen in testen die moeten uitwijzen dat hun pil extra kwaliteiten bezit. “Het is de droom van iedere marketingman om een onbekende of ongeïdentificeerde markt te vinden en die te ontwikkelen”, zei Barry Brand, product-directeur van Seroxat, in het vakblad Advertising Age.
Het voorbeeld van Seroxat is dan ook geen uitwas. Amerikaanse kinderen die verlatingsangst hebben en niet alleen willen slapen of niet naar school willen, krijgen steeds vaker het antidepressivum Fevarin voorgeschreven. De onderneming Eli Lilly & Co. prijst Prozac aan voor boulimia, en Sarafem -een andere naam voor Prozac- voor de ‘premenstruele depressieve stoornis’. Dat is niets meer dan de neerslachtigheid die veel vrouwen voelen voor ze ongesteld worden.

Verdriet wordt een stoornis
Het uitvinden van nieuwe ziektes is niet alleen een Amerikaans fenomeen. Nederland is evenmin vrij van dergelijke praktijken. Zo wordt Seroxat hier momenteel getest als middel tegen het premenstrueel syndroom. Het bekendste voorbeeld is het middel Efexor, zegt psychiater Bram Bakker van het St. Lucas Andreasziekenhuis in Amsterdam. Officieel staat Efexor, als enig antidepressivum, geregistreerd voor de behandeling van gegeneraliseerde angststoornis. “Deze kwaal, in gewoon Nederlands overmatige bezorgdheid, komt misschien met enige regelmaat voor, maar is zelden of nooit aanleiding voor een spontaan bezoek aan huisarts, psycholoog of psychiater”, weet Bakker. Farmaceut American Home Products probeert nu iedere tobber zover te krijgen het middel aan te schaffen door middel van bioscoopreclame voor haar website, folders voor patiënten en advertenties in medische vakbladen.
“Steeds meer wordt het idee gepropageerd dat als we ons verdrietig of anderszins slecht voelen, we lijden aan een geestesziekte. Deze emoties zijn onacceptabel geworden”, zegt Alan Horwitz, hoogleraar sociologie aan de Rutgers University in New Jersey. In zijn recente boek Creating Mental illness beschrijft Horwitz hoe de APA in 1980 aanmerkelijk meer diagnostische categorieën opnam in haar handboek, de DSM, waar ook in Nederland mee wordt gewerkt. Daardoor werden veel meer soorten gedrag als psychische stoornis aangemerkt.
De daarop volgende voorlichtingscampagnes van de farmaceutische industrie, de geestelijke gezondheidszorg en patiëntenorganisaties verkondigden de notie dat deze ziekten wijdverbreid zijn. “Want”, legt Horwitz uit, “wanneer je als belangenorganisatie kunt zeggen dat zoveel miljoen mensen aan een geestesziekte lijden, heb je meer bestaansrecht.”
Na 1997 raakte deze ontwikkeling in een stroomversnelling. De Amerikaanse Food and Drugs Administration ( FDA), die etenswaren en medicijnen moet goedkeuren voordat ze mogen worden verkocht, gaf de farmaceuten toestemming om hun reclameboodschappen rechtstreeks aan de consument te richten. Met als gevolg dat de mondige consument er tegenwoordig bij de huisarts op aandringt dat hij het gewenste medicijn voorschrijft. De farmaceutische industrie heeft inmiddels al flink wat medici binnenboord door financiering van een groot aantal Amerikaanse ziekenhuizen en medische opleidingen.

Kritiek wordt afgeschaft door de geldkraan dicht te draaien. Daarmee houdt de incestueuze dans niet op: ook de FDA zelf, die hoort te fungeren als geneesmiddelenpolitie, neemt steeds meer dollars aan van de farmaceuten sinds hun subsidie is beperkt.
In haar streven om de markt uit te breiden, ploegt de farmaceutische industrie ondertussen gewoon door. In de VS mikken de fabrikanten steeds vaker op scholen en gehaaste ouders die in pillen een welkome hulp zien om drukke of moeilijke kinderen in de pas te doen lopen. En dit terwijl niet bekend is wat de effecten van dergelijke middelen zijn op de onvolgroeide hersenen. “De eerste aanbeveling komt meestal van leraren en schoolpsychologen”, verklaart socioloog Alan Horwitz. “Maar dat advies heeft eigenlijk meer te maken met de te grote klassen en de nadruk op goede prestaties van een school dan met het gedrag van het kind.”
Hoe is het bij ons?
De Nederlandse situatie verschilt in een paar belangrijke opzichten van de Amerikaanse. Het is de farmaceutische industrie hier verboden om reclame rechtstreeks aan de consument te richten. Informatie geven over de ziekte mag wel, mits die niet is te herleiden tot het product. American Home Products moest onlangs de bioscoopreclame voor haar website dan ook terugtrekken. En het ‘omkopen’ van artsen met snoepreisjes of andere geschenken, wordt juridisch bestraft.
Amerikaanse toestanden zijn volgens psychiater Bram Bakker echter niet ver weg. De Nederlandse consument wordt ook steeds veeleisender, zegt hij, en de fabrikanten proberen via sluipwegen hun pillen toch te slijten. “Ze geven gigantische kortingen aan de centrale inkopers van ziekenhuis, sponsoren nascholingsbijeenkomsten voor artsen en apothekers, en betalen hoogleraren om een marketingpraatje te houden.” En als hij het Farmaceutisch Kompas openslaat, staat daar precies in welke merken voor welke stoornissen zijn geregistreerd. “Dat is evengoed reclame.”
In de Volkskrant ging Rien Vermeulen, hoofd van de afdeling neurologie van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, onlangs nog tekeer tegen onderzoekers die in zijn ogen te nauwe banden onderhouden met de farmaceutische industrie. Niet de steeds betere werkzaamheid van pijnstillers of opmerkelijke onderzoeksgegevens hebben het gebruik van die middelen gestimuleerd, zei Vermeulen, “maar de betere marketingtechnieken.”
Onze eigen schuld
Toch is het te makkelijk om alle schuld af te schuiven op de farmaceuten. Die zouden nooit zulke omvangrijke hoeveelheden pillen kunnen afzetten als artsen deze niet gewillig zouden voorschrijven en als de consument niet zou najagen wat Prozac of Seroxat bieden. “Het leven produceert veel negatieve gevoelens”, zegt Horwitz, “maar onze tolerantie daarvoor wordt lager.” Volgens de socioloog ligt dat hoofdzakelijk aan de dominante mediacultuur waarin gelukkige, welbespraakte, extraverte types een hoofdrol spelen.

“Een antidepressivum is cosmetische psychofarmacologie geworden”, constateert Horwitz. “Zoals mensen hun haar laten verven of hun neus laten verkleinen, zo gebruiken ze nu pillen om hun persoonlijkheid te versterken. Misschien is dat het logische verlengstuk van onze uiterst individualistische cultuur
Andere experts merken op dat het moderne bestaan niet zo eenvoudig is. Door gebrek aan bijvoorbeeld religieuze houvast weten mensen niet meer hoe ze hun leven moeten leiden. Daarbij neemt de druk toe. Psychiater Bakker: “Mensen hebben zelfs paniekaanvallen in de file en die komen er alsmaar meer. En veel sociale verbanden zijn weg, dus ga je naar de dokter in plaats van de buurvrouw.”
Therapie is natuurlijk ook een optie. “Maar dat vindt men tegenwoordig te vermoeiend”, zegt bakker, “of de wachttijden zijn te lang.” Een instant-oplossing in de vorm van een pil wordt dan met open armen ontvangen. Degenen die echt onder sociale fobie of een andere stoornis gebukt gaan, degenen voor wie de pillen in de eerste plaats werden uitgevonden, zijn het slachtoffer van deze “enorme inflatie van geestesziekten”, signaleert Horwitz. “Ze worden genegeerd door therapeuten. Die behandelen liever patiënten die gewone problemen hebben met het leven.”
Therapeuten moeten alleen nog maar echt depressieve mensen intensief behandelen, stelt Bakker. Want hoewel antidepressiva zeer langdurig moeten worden gebruikt, stoppen de ‘lichte gevallen’ er na een paar weken meestal toch weer mee. Maar Bakkers suggestie zou een omgekeerd effect hebben. “Want als de ene helft van de gebruikers stopt en de andere helft drie keer zo lang blijft slikken, dan stijgt de omzet van de antidepressiva-fabrikanten alleen maar meer”, zo merkt de psychiater ironisch op.
Bron: Psychologie Magazine (juli/augustus 2002)