GOD:
Dit is nu eenmaal jullie lot: onderdeel te zijn van een schepping die als wezenskenmerk
heeft dat zij onvolmaakt en onbeheersbaar is.
Uit: Zonder Genade
'Alles in het leven is chaos en toeval, zegt de duivel in Zonder Genade, mijn nieuwe roman. 'Verwacht vooral geen gerechtigheid, samenhang, betekenis of genade.' Je kunt de duivel niet vertrouwen, het is zo ongeveer zijn taak onbetrouwbaar te zijn, maar toch vind ik dit een aantrekkelijke visie. Omdat de willekeur mij ontslaat van de verplichting orde aan te brengen. Die is er toch niet. Gaat het goed, dan is het niet mijn verdienste. Gaat het fout, dan is het niet mijn schuld. Een bevrijdend besef. Je blijft het leven intens beleven, met lijden en gelukkig zijn, maar jouw rol en betekenis in de gebeurtenissen is enorm gerelativeerd. Ik vind dat prettig.
Binnen de chaos en toeval kunnen mensen natuurlijk wel kiezen voor het goede of het slechte.
Ik geloof in God. Ik geloof dus ook in de duivel. Het kwaad zit ook in ons, een oeroud kwaad dat al op aarde was voordat wij er waren: het heeft ons opgewacht en besprongen. Het menselijk repertoire bevat zoveel mogelijkheden om een ander pijn en verdriet te doen... Ik geloof dat de duivel ons kan verleiden om dat boze aan te spreken. Overigens: in die chaos en willekeur gedijt hij prima. Het wezen van het kwaad is de onverschilligheid, het totale gebrek aan compassie en liefde. In Zonder Genade wordt Jem doodgeschoten in een disco, zomaar, toevallig. Waarom? Er ís geen waarom. Je ziet de duivel grijnzen.
God kan misschien wat sturen en bijsturen, maar Hij heeft geen invloed op de Grote Loop der Dingen. Dat heeft de wereldgeschiedenis wel uitgewezen, en ook nu zijn er honderden miljoenen stervelingen wier lot dringend verbeterd zou kunnen worden. Maar je ziet ook dat de mens ontzettend veel kan verdragen. Ik denk dat daar God spreekt. He will assist us to look higher, schrijft Barrett Browning in een gedicht. Prachtig, prachtig. Hij draagt ons in het lijden, Hij troost, Hij helpt ons het goddelijke te beleven. Ik bid. Drie keer per dag, liggend op mijn rug. In zo'n moment van contemplatie roep ik Hem aan en vraag om Zijn erbarmen, voor mij en mijn dierbaren. Ik geloof ook in de heilzame werking van dankzeggen: de hele dag ben ik erop uit iets te ervaren waarvoor ik God kan bedanken. Dan zeg ik hardop: 'Dankjewel God.' Elke keer krijgt je hart weer even een zetje - heerlijk. Als ik God moet vertalen in een gebaar, dan zou het een omhelzing zijn. Het is een ontfermer. Een... vader. Een ideale vader.
Problemen maken je in eerste instantie niet sterker, maar een zeikert!
De mens begint en eindigt zonder taal, zonder tekst en uitleg.
Waarom moet er tussentijds dan zoveel geleuterd worden, met welk oogmerk, in
godsnaam?