TROOST
"t Is makkelijk troosten; men zegt al zo gauw:
"Je moet maar berusten, verdragen;
het wordt wel weer beter, al duurt het wat lang.
Wat helpt al dat treuren en klagen?"
Ja, troost is goedkoop, goede raad is er veel,
maar kennen de troosters het lijden?
Verstaan zij de smart die de zieken doorstaan?
De pijnen waartegen zij strijden?
Hoe bang zijn de nachten, in lijden doorleefd,
hoe kruipen minuten en uren;
hoe draalt op de kimme het dagende licht
waarnaar zij zo hunkerend turen.
O troosters, weest zuinig met wenk en met raad,
zet liever uw leven eens open.
Een luisterend oor en een luisterend hart
doet alles zo anders verlopen
Geen grotere troost dan een hart dat verstaat,
dat meeleeft in eenzame uren,
dat zelf weet hoe bitter de pijnen vaak zijn,
die men op dat bed moet verduren.
En als er dan niemand uw lijden herkent,
als allen onachtzaam passeren,
denk dan eens aan Hem, "met de ziekten vertrouwd",
de lijdende Dienstknecht des Heren.
Wie werd zoals Hij ooit gekweld en veracht?
wie zo door een ieder verlaten?
Daarom is Zijn troost nooit gemaakt of goedkoop,
't is niet maar wat achteloos praten.

Hij zegt nooit: "Ach kom toch, het valt heus wel mee,"
Of: "Zit toch niet telkens te klagen!"
Hij hoort elke zucht, is in alles nabij
en helpt u de smarten te dragen.
En ligt u nog op dat eenzame bed,
vol pijn en van velen vergeten,
denk dan: zou de Heer, die op Golgotha stierf
van uw kwaal en uw angsten niet weten?
Vertrouw u dan toe aan Zijn liefde zo groot:
door alles heen wil Hij u leiden.
Voorbij deze tunnel zo donker en smal,
straalt 't licht van Zijn eeuwig verblijden.