"Gij zult dan zeggen: De takken zijn afgebroken,
opdat ik zou ingeënt worden. Het is wel: zij zijn door ongeloof
afgebroken, en gij staat door het geloof.
Zijt niet hooggevoelende, maar vrees."
(Romeinen 11:19,20) Wees niet hoogmoedig!
(door ds. F.H. BLOKHUIS)
Hoogmoed is de zonde van Adam geweest. Hoogmoed was de zonde van de Farizeeër: Ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen. Hoogmoed verdraagt zich niet met genade. Want leven van genade - weet je wat dat is? Dat is, dat je geen praatjes meer hebt. Dat is, dat je het zó erg vindt wat je gedaan hebt, dat je alleen nog maar naar beneden durft te kijken. Dat je iets niet meer goed kunt maken. Je durft het niet eens meer te proberen - nee, je bent helemaal aan de ander overgeleverd. Je vréést. Je zegt: “Ik begrijp het, als je nooit meer wat tegen me zegt. Als je me nooit meer aankijkt. Als je bij me weggaat” En dan geeft de ander je een kus. Dat is genade.
Wijlen EO-programmamaker Dirk Jan Bijker kende dit. Hij wilde dat op zijn begrafenis gesproken zou worden over het woord uit de gelijkenis: zijn vader zag hem van verre komen.
De grote Duitse predikant Barth kende het ook. Kort voor zijn sterven zei hij: “Als eenmaal de dag komt dat ik voor mijn Heer moet verschijnen, zal ik niet met mijn werken aankomen, met mijn Dogmatik op mijn rug. Alle engelen zouden mij uitlachen! Maar ik zal óók niet zeggen: Ik heb het altijd goed bedoeld, ik was te goeder trouw. Nee - dan zal ik alleen maar zeggen: Heer, wees mij zondaar genadig!”
Niet hoogmoedig zijn, maar Hem vrezen aan wie je volslagen overgeleverd bent.

Ander beeld
Helaas laten wij christenen vaak een heel ander beeld zien. Onze zelfvoldaanheid kan schrikbarende vormen aannemen. Wij zijn de kerk in deze wereld! En we danken God dat we niet...
Zo kijken we neer op de ongelovigen. En vooral op het Joodse volk hebben we lange tijd neergekeken. Want zij zijn niet zomaar ongelovig. Ze hebben hun Messias gedood! Ach, vonden we, onder het oude verbond was het ook alleen maar ongeloof. Het werd hoog tijd, meenden we, dat ze plaats gingen maken voor een beter soort gelovigen.
Er zijn takken weggebroken, opdat IK als loot geënt zou worden. En zo gebeurt er iets griezeligs. Wij, die de Joden hun ongeloof verwijten, worden nu zelf onuitstaanbare ongelovigen. We verwijten de Joden hun hoogmoed. En inderdaad waren ze hoogmoedig. Onder het oude verbond hebben ze hun uitverkiezing opgevat als een gunst, die hen ver boven de volkeren verhief. Ze hebben zich als kinderen van Abraham inderdaad onaantastbaar gewaand.
Maar onder het nieuwe verbond overkomt de gemeente van Christus warempel precies hetzelfde. Zij meent dat haar uitverkiezing de diskwalificatie van de rest betekent, inclusief nota bene van de kinderen van Abraham!
Vervanging
Dit laatste noemen we het ‘vervangingsmodel’. Een vreselijk woord met een nog vreselijker inhoud. Christenen menen in de plaats van de Joden gekomen te zijn. En dat is waar Paulus voor waarschuwt in Romeinen 11. Er zijn takken weggebroken, opdat IK als loot geënt zou worden.
Goed, schrijft Paulus, op zich klopt dit wel. Door hun val is het heil tot de heidenen gekomen. Maar wat doe je nu met deze werkelijkheid? Ga je je beroemen tegen de natuurlijke takken?! Dan heb je toch net zo min begrepen wat geloven is? Geloven verdraagt zich toch nooit met hoogmoed?
Gij staat door uw geloof, schrijft Paulus. Het geloof is je wandelstok, sterker: het is de grond waarop je staat. Zonder geloof ga je onderuit. Wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle... Want van jezelf heb je absoluut geen stevigheid. Je kunt hoogmoedig menen: ik sta toch maar. Dat dachten de Joden ook. Zij zijn om hun ongeloof weggebroken.
Geloof en hoogmoed verdragen elkaar niet. Geloof hoort bij genade.
Klein
Als je God vreest, dan blijf je klein. Gelovig. En dan kun je vanuit déze houding, zonder hoogmoed, wel degelijk het ongeloof aanwijzen. Met Paulus moeten wij ongeloof ongeloof durven noemen. Ook als het gaat om het ongeloof van onze Joodse vrienden. Zij zijn er niets mee geholpen, als wij hun ongeloof goedpraten. Wij willen méér zijn dan vriénden van Israël. Christenen voor Israël! Wij willen hun naijver opwekken (11:11)!
Het gaat in deze brief aan de Romeinen om de kracht tot behoud, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek (1:16). Het gaat erom dat gerechtigheid van Gód wordt geopenbaard, uit geloof tot geloof (1:17). Laat zien dan, dat geloof!
De Joodse professor Eugene Borowitz schreef in 1984: “Wij zouden meer openstaan voor de christenen, als door de eeuwen heen maar meer christenen een voorbeeld van geredde mensen waren geweest. Wanneer we door het venster van de geschiedenis kijken, zien we dat zij zelf net zoveel behoefte aan redding hebben als de rest van de mensheid. Ze beweren vrij te zijn van zonden en zeggen dat hun geloof hen inspireert om vrede en liefde aan de wereld te brengen... Maar zolang die zondigheid nog niet verdwenen is en ze hun eigen welzijn vooropstellen, weten de Joden dat de Messias nog niet gekomen is.”
Wanneer christenen hun hoogmoed afleggen en God weer vrezen - dan maak je kans dat de Geest van God Israël uit zijn ongeloof verlost (11:23) en opnieuw in de stam ent. Naast ons, wilde takken.
Ds. F.H. Blokhuis is Nederlands Gereformeerd predikant te Schiedam
(uit: http://www.christenenvoorisrael.nl/index.tpl)