Inleiding
Ieder mens draagt innerlijke verwondingen en beperkende vastleggingen met zich mee, die voortkomen uit zijn levensgeschiedenis. Het verleden is zeker niet dood, maar beïnvloedt ons huidige leven. Vaak verhinderen vroegere ervaringen ons om ons helemaal voor God en onze medemensen te openen.
Het volgende gebed volgt de belangrijkste etappen van het menselijke leven en raakt alle fundamentele relaties aan. Dit gebeurt heel bewust in de vorm van een gebed, omdat het hier niet gaat om een soort psychotherapie. Het gaat er veeleer om, dat herinneringen, vastleggingen en verwachtingen van het leven, aan God worden overgegeven, opdat alles wat gewond is, wat angst aanjaagt of de innerlijke vrijheid in de weg staat, genezen wordt. Heel belangrijk is het om aan de personen, die men zich hierbij herinnert, te denken in een gesteltenis van vergevingsgezindheid. Zo kan dit gebed leiden tot een diepe ervaring van verlossing.
Het gebed kan herinneringen, die vergeten of zelfs verdrongen werden, omdat ze te onaangenaam waren, weer aan het licht brengen. Velen hiervan veroorzaken pijn, anderen roepen woede en haat op. Het is belangrijk om deze gevoelens toe te laten, maar ze tegelijkertijd aan God over te geven met de bede om een 'nieuw hart' (vgl. Ez. 36,26). Er zal veel zijn wat diep schokt, maar deze ontsteltenis (inclusief tranen!) is heilzaam. Wanneer iemand echter vaststelt, dat bepaalde herinneringen of gevoelens hem op een zodanige wijze overweldigen, dat hij er niet meer alleen mee verder kan, dan moet hij beslist in gesprek gaan met een (liefst psychologisch geschoolde) zielzorger, eventueel zelfs psycho-therapeutische hulp zoeken!
Men kan het "Gebed om genezing van de levensgeschiedenis" alleen bidden. Lees het langzaam; gun u de tijd om de herinneringen en gevoelens ook werkelijk te laten opkomen en ze te verwerken. Men kan hetzelfde ook groepsgewijs doen. Iemand leest het dan langzaam voor, met lange pauzes om na te denken. Omdat er meestal teveel persoonlijke zaken worden aangeraakt, waarover men niet direct in het openbaar kan spreken, is het beter om hierna een tijdje in stil gebed te blijven.
Bezinning en gebed
"Mijn Heer en mijn God, mijn Oorsprong en mijn Doel! U bent mijn Schepper. Uit uw hand heb ik mijn leven ontvangen. Niet ik heb mezelf gewild en ontworpen. Dankzij U ben ik er. Nu wil ik heel bewust mijn leven opnieuw uit uw handen aanvaarden.
Ik wil mezelf accepteren, ik wil "ja" zeggen tegen mijn bestaan. Ik neem mezelf aan, zoals ik ben, want zo hebt U mij lief.
Mijn herinneringen gaan niet terug tot aan het begin van mijn leven. U was echter daar. Vanaf het eerste ogenblik hebt U mij bemind. Ik dank U! Ik wil nu nog eenmaal door mijn hele leven gaan vanaf het begin tot nu toe en ik vraag U: Wilt U alles genezen, wat in het diepste innerlijk gewond en verwoest is, wat mij gevangen houdt en beangstigt. Genees ook de relaties met al die mensen, die voor mij belangrijk waren op mijn levensweg".

Mijn moeder
Ik denk aan mijn moeder. Voor iedere mens is de moeder de eerste en belangrijkste vertrouwenspersoon. Zij beïnvloedt heel sterk de instelling waarmee de mens tenslotte het leven aanneemt. Van haar leert de mens het oervertrouwen in het leven - of hij/zij blijft in gebreke.
Hoe was mijn moeder? Hoe ging zij met mij om? Heeft zij mij aanvaard? Was ik misschien een ongewenst kind? Heeft zij mij laten voelen, dat ik alleen maar een last voor haar was? Heeft zij mij verwaarloosd? Zelfs nu nog kan men vandaaruit een gevoel hebben, niets waard te zijn en een levensafwijzing te hebben tot aan de rand van zelfvernietiging toe.
Was ik als klein kind langere tijd gescheiden van mijn moeder? Misschien voel ik me daarom ook nu nog vaak eenzaam en verlaten. Heeft ze me laten merken dat ze van me hield? Liet zij mij haar tederheid ondervinden? Of heb ik te weinig geborgenheid en warmte ervaren? Dit tekort kan me nu nog achtervolgen, me contact-arm maken en geremd doen zijn in het uiten van mijn gevoelens, moeite hebben met het geven en aannemen van liefde en tederheid. En toch leeft dit ongestilde verlangen ernaar in me en maakt me ongelukkig....
Of heeft mijn moeder mij te zeer beschermd? Was haar liefde inbezitnemend, verstikkend? Moest ik misschien een vader missen, waardoor ik me alleen op mijn moeder fixeerde? Later viel het me dan zwaar me te bevrijden van haar voogdijschap. Misschien ben ik daardoor tot op de dag van vandaag afhankelijk en onzelfstandig gebleven. Of rebelleer ik tegen alles wat me bindt of verplicht, ben ik bang mijn vrijheid te verliezen, kan ik geen verbintenis aangaan met aan ander mens. Of copieer ik de eigenaardigheden van mijn moeder, probeer ik mijn partner of mijn kinderen aan mij te binden, ja hen te beheersen.
"Mijn God, ik dank U voor mijn moeder. Zelfs wanneer zij geen goede moeder voor mij was, dank ik U voor haar, want zij heeft mij het leven gegeven. Ik zou haar van harte alles willen vergeven, wat zij verkeerd aan mij gedaan heeft: als zij mij te weinig heeft liefgehad, mij te weinig warmte en tederheid gegeven heeft ... als zij mij heeft laten voelen, dat ik een ongewenst kind was ... als zij mij in de steek gelaten heeft en teleurgesteld ... als zij harde woorden tot mij gesproken heeft (ik denk aan concrete situaties) ...als zij te streng was voor mij, mij met haar overdreven verwachtingen heeft belast ... als zij haar liefde aan bepaalde voorwaarden heeft verbonden, b.v. dat ik "braaf" ben en doe, wat zij wil; als zij mij gestraft heeft door haar liefde terug te trekken ... als zij mij niet vrij en los kon laten ...
Ik zou echter ook graag innerlijk mijn moeder om vergeving willen vragen voor alles, waarmee ik haar gekwetst en teleurgesteld heb, waardoor ik ondankbaar was of me niets aan haar gelegen liet liggen (ik denk aan concrete situaties). Ik verzoen me met mijn moeder. Ik smeek U, Heer, bewijst U haar de liefde, die ik haar niet meer kan laten zien.
Wanneer zij een goede moeder voor mij was, dank ik haar en U, God, voor haar liefde, die ik ontvangen heb, voor het paradijs van het oervertrouwen, voor het vermogen om vreugde te hebben, om het leven aan te kunnen nemen, om teder te kunnen zijn".
Mijn vader
Ik denk aan mijn vader. Een kind heeft niet alleen de geborgenheid in de moederlijke liefde nodig, maar ook de vaste en tegelijkertijd welwillende hand van de vader, die leidt en levensbekwaam maakt.
Hoe was mijn vader? Heeft hij mij streng opgevoed? Heeft hij mij vaak gestraft, ook lichamelijk getuchtigd? Was hij rechtvaardig, of heeft hij mij onbeheerst en onrechtvaardig gestraft? Had ik angst voor hem? Ben ik daarom nu zo gauw bereid me aan autoriteiten en bevelen te onderwerpen? Mis ik zelfstandigheid, de moed om voor mezelf op te komen? Of heb ik me met geweld moeten bevrijden van de dictatuur van mijn vader en rebelleer ik daarom nu nog tegen iedere mogelijke autoriteit?
Is het beeld van mijn vader vóór het beeld van God geschoven, zodat ik ook voor God angst heb, Hem als een autoritaire "Heer" ervaar of ook tegen Hem rebelleer, omdat ik meen dat Hij mij de vrijheid afneemt?
Had mijn vader te hoge verwachtingen van mij? Moest ik steeds vlijtig of netjes zijn, de beste op school, mocht ik nooit iets verkeerd doen? Kon ik het nooit echt goed doen?
Misschien sta ik daarom ook nu nog onder de druk van perfectionisme, die me voortdurend overbelast, om dan geïrriteerd en afwijzend te staan tegenover mijn medemensen.
Of heb ik geen vader gehad? Was hij meestal weg naar zijn werk, heeft hij zich nooit met mij bemoeid? Was hij een slappe persoonlijkheid, die mij nooit gezegd heeft waar het op staat, die mij nooit een thema ter discussie heeft geboden?
Welk voorbeeld heeft mijn vader mij gegeven? Wat was belangrijk voor hem: succes, kracht, geld, carrière, vermaak - of een goed gezinsleven, vrienden, het geluk van zijn kinderen? Wat heb ik van hem overgenomen?
"Mijn God, ik dank U voor mijn vader! Zelfs wanneer hij geen goede vader voor mij was, dan heb ik toch mijn leven aan hem te danken. Hij heeft mij veel gegeven, wat belangrijk is voor mij.
Ik zou nu graag mijn vader van harte willen verontschuldigen waar hij verkeerd aan mij gedaan heeft: als hij te streng was, mij vaak en misschien onterecht gestraft heeft ... als hij zich zelden of nooit om mij bekommerd heeft ... wanneer hij mij met overdreven verwachtingen en prestatiedruk heeft belast ... wanneer hij mij wetten en orde heeft opgedrongen, mij onzelfstandig of ook rebels gemaakt heeft ...
Ik wil ook mijn vader om vergeving vragen voor alles, waarmee ik hem gekwetst of teleurgesteld heb.
Wanneer ik echter een goede vader had, wil ik hem en U, God danken voor al het goede, dat ik door hem heb mogen ervaren, voor het voorbeeld, dat hij mij heeft gegeven, voor de levensgeluk dat hij mij heeft bijgebracht.
God, in het gebed noem ik U vaak "Vader". Zuiver het beeld dat ik van U heb, van alle vertekening van het vaderbeeld, dat mijn eigen vader heeft veroorzaakt. Wilt U mijn ideale Vader zijn, die onvoorwaardelijk van mij houdt; die mij ook liefheeft wanneer hij mij uitdaagt; die mij zekerheid en geborgenheid geeft.
Geneest U al mijn verwondingen en teleurstellingen, die ik door mijn ouders heb opgedaan. Maak mij helemaal vrij en helemaal mijzelf, tot die persoonlijkheid zoals U mij wilt. Wilt U voor mij een vader en een moeder zijn"!
Broers, zussen en familie
Ik denk nu aan mijn broers en zussen. Hoe was onze onderlinge verhouding? Was er grote rivaliteit? Werd mijn broer, mijn zus voorgetrokken? Moest ik reeds vroegtijdig de verantwoording voor broertjes en zusjes op me nemen, kon ik daardoor nooit echt kind zijn? Leeft er daardoor in mij nog steeds een wrok tegen hen? Hoe is de onderlinge verhouding nu?
Of ben ik een enig kind, en heb ik nooit ervaren wat het betekent, broers en zussen te hebben? Werd ik misschien verwend, heb ik nauwelijks geleerd om met anderen rekening te houden?
"Mijn Heer en mijn God. Aan U geef ik de onderlinge verhoudingen met mijn broers en zussen. Geneest U de wonden die door onderlinge rivaliteit geslagen zijn. Ik vergeef mijn broer, mijn zus - en vraag zelf om vergeving voor alles waardoor ik hen gekwetst heb. Wanneer nu onze relaties slecht zijn, wanneer we voor elkaar onverschillig zijn geworden, dan vraag ik U: wek opnieuw dat gevoel van saamhorigheid tussen ons. Ik zou zelf weer meer deel willen hebben aan het leven van mijn broers en zussen.
Wanneer ik echter geen enkele ervaring van broers of zussen heb, dan open mijn hart voor mijn medemensen. Bevrijdt mij van alle overdreven gevoeligheid en betrokkenheid op mijzelf. Leer mij met anderen te delen. Laat mij door broeders en zusters in het geloof deze ervaring van broers en zussen opdoen.
Ik geef ook aan U de relaties met mijn grootouders en alle familieleden. Ik vraag U, schep verzoening overal waar wij elkaar gekwetst hebben. Ik wil proberen, die familieleden opnieuw aan te nemen, die voor mij als kind niet sympathiek waren, aan wie ik me heb geërgerd of die mij hebben vernederd".
De schooltijd: leraars en vrienden
De schooltijd brengt gewoonlijk een groot aantal indrukwekkende ervaringen met zich mee (in goede en in slechte zin). Welke herinneringen heb ik aan de school, aan de leraren, aan de klasgenoten? Was ik een goede leerling? Was leren voor mij een last? Was er veel dwang, prestatie-druk, concurrentie, faalangst, examenangst? Werd ik door de leraren onrechtvaardig behandeld, achtergesteld, gestraft, vernederd?
Hoe was de verhouding tussen de overige klasgenoten? Werd ik erkend? Had ik vrienden of stond ik aan de kant? Had ik bepaalde eigenaardigheden of zwakheden, waardoor anderen mij links lieten liggen of uitlachten? Of heb ik mijn kracht gebruikt om anderen te overtroeven, te beheersen, te vernederen? Misschien hebben bepaalde handelwijzen zich toentertijd in mij vastgezet: prestatie-drang en perfectionisme, het verlangen om steeds de eerste te zijn; arrogantie tegenover zwakkeren; promotie willen maken - of ook gevoelens van minderwaardigheid; de angst om nooit iets goeds te kunnen doen; gevoelens van wraak tegenover degenen die wel succes hebben; rebellie tegen iedere druk van bovenaf; het gevoel van steeds buitenspel te staan ...
"Mijn Heer en God. Ik draag alle herinneringen van mijn schooltijd aan U op. Ik denk aan al de kwetsende ervaringen, aan de vernederingen, de mislukkingen en teleurstellingen, en ik vraag U om deze herinneringen te helen, terwijl ik ze nu nog eens doorleef (ik denk aan concrete situaties). Ik probeer mijn leraren, mijn vrienden te vergeven, daar waar ze mij onrechtvaardig hebben behandeld, gekwetst, onderdrukt of buitengesloten. Maar ik vraag ook zelf om vergeving, daar waar ik anderen iets dergelijks heb aangedaan. Ik vraag U, bevrijdt mij van alle beperkende en belastende vastleggingen uit die tijd: van prestatie-druk en overdreven verwachtingen; van concurrentie- en promotiedenken; van de ellebogen-mentaliteit, me overal doorheen te moeten worstelen; van de rebellie tegen het gezag; van het gevoel steeds een mislukkeling te zijn..."
Voor vervolg >>> klik hier <<<