Opvoeden, hoe doe je dat..............
Praktische handleiding en checklist voor de opvoeding van de kinderen in de basisschoolleeftijd (4-12 jaar).
Je kunt het terrein van opvoeden indelen in 6 gebieden, aandachtsvelden. Als het goed is geven we bij de opvoeding in meer of mindere mate aandacht aan al deze gebieden. Je kunt zeggen: hoe meer we actief onze energie stoppen in elk van deze gebieden van opvoeding, hoe groter de kans is dat uw kind zich op een normale manier ontwikkelt. Hieronder worden deze aandachtsvelden eerst vragenderwijs opgevoerd en vervolgens nader besproken.
- Er wordt opgevoed
Durft u 100% duidelijk bepaalde dingen te verbieden en het kind daaraan te houden. Als u zegt dat iets niet mag, blijft u daar dán bij of staat u uiteindelijk toch toe wat u aanvankelijk verboden hebt?
- Een kind krijgt de ruimte
Zijn er bepaalde situaties waarin u het kind de vrije hand geeft en u zich helemaal niet bemoeit met wat het kind doet en wat het gekozen heeft, zodat het kind ook leert om met ruimte en vrijheid om te gaan?
- Er is affectie (liefde)
Voelt het kind voldoende de liefde van u door fysiek contact en het feit dat het merkt dat het altijd op u aan kan en op u kan vertrouwen en vertrouwelijk dingen met u kan bespreken?
- Er is stabiliteit
Is er voldoende vastigheid en duidelijkheid in de thuissituatie in de vorm van dingen waarop bet kind aankan, waar het op kan vertrouwen, die er steeds zijn en die met vaste regelmaat plaatsvinden?
- Er is eerlijkheid
Bent u voldoende eerlijk tegen het kind met betrekking tot wat het kind doet en ook wat uzelf doet?
- Het kind mag kind zijn
Lukt het u om de onnodige grote-rnensen-narigheid en grote-mensen-zorgen bij het kind vandaan te houden, zodat het enkel de kinderzorgen heeft en zo weinig mogelijk grote-mensen-zorgen meedraagt.
Uitwerking
Er wordt opgevoed:
1. Grijpt u voldoende kordaat in zonder boos te worden?
2. Kunt u iets echt voor 100% verbieden én bewerkstelligen dat het kind dan ook gehoorzaamt?
3. Als u wilt dat jets juist wel moet, krijgt u dat dan voor elkaar?
4. Onderhandelt u niet te veel?
5. Wat gaat u de komende tijd met uw kind eens aanpakken?
6. Wat zijn geschikte momenten om dingen rustig met uw kind te bespreken?
Het kind krijgt de ruimte:
1. Kent u uw kind voldoende?
2. Bekijk eens waarin uw kind echt de volledige ruimte krijgt.
3. Kunt u zich ook inhouden ais het kind iets doet dat niet 100% goed is en waarbij u dat dan accepteert?
4. Kunt u er voldoende van genie!en a!s het kind zelfstandig wordt, eigen keuzes maakt, etc?
5. Krijgt het kind voldoende ruimte van andere huisgenoten?
Er is affectie (liefde):
1. Bekijk eens hoe vaak per week er een duidelijke sfeer is van affectie. In hoeverre gaat het dan om een moment van betrokken zijn op elkaar dat spontaan ontstaat?
2. Bepaal ook of er bij u iets is dat die affectie t.o.v. uw kind in de weg zit.
3. Zijn er momenten dat u langere gesprekken met uw kind hebt dan het: Hoe was het op school vandaag?
4. Als u het kind met uw echtgenoot opvoedt, is het dan zo dat u allebei die sfeer van affectie op kunt roepen?
5. Als er meerdere kinderen aanwezig zijn is het de vraag of u ook regelmatig iets met een kind alleen doet.
Er is stabiliteit:
1. Welke momenten zijn er op een dag waarop het kind rustig zijn gang kan gaan?
2. Welke momenten zijn er waarop het rustig is in huis?
3. Wat gaat er bij u thuis altijd op dezelfde manier?
4. .Hoe stabiel en regelmatig bent u zelf van nature?
5. Bij welk gedragssituaties/momenten van de dag/regels probeert u 100% consequent te zijn?
Bekijk ook uit hoeveel segmenten een dag voor een kind bestaat. Voor sommige kinderen is een dag in te veel stukjes verdeeld door verschillende vormen van opvang en verschillende activiteiten.
Er is eerlijkheid:
1. Bekijk eens hoe eerlijk u met elkaar omgaat.
2. Bent u ook bereid om over uw eigen functioneren te spreken?
3. Zorgt u ervoor dat er een goede verhouding is tussen pluimpjes geven en kritiek leveren?
4. Geeft u eerlijk door waarom u vindt dat het kind bepaalde dingen wel of niet moet doen of bent u handig in het bedenken van smoesjes?
5. Hoe bent u met de eerlijkheid van het mijn en dijn bezig?
6. Hoe gaat u met het liegen van uw kind om? Wordt u alleen boos of probeert u het kind uit te leggen waarom liegen niet hoef!?
Het kind kan kind zijn:
1. Bekijk eens in hoeverre uw kind al grote mensen zorgen heeft en die ook uit.
2. Bekijk eens wat u doet om onnodige grote mensenzorgen bij uw kind vandaan te houden.
3. Bekijk eens of de eisen die u aan uw kind stelt niet te hoog of te laag zijn. Verwacht u niet te veel of te weinig van uw kind?
4. Bekijk eens of u het kind al veel richt op de toekomst of steeds met uw eigen jeugd confronteert.