In 1797 ten tijde van de Bataafse Republiek werd er in 's-Hertogenbosch de "de gewapende burgermagt" opgericht. Dit werd gedaan om het gat op te vullen wat ontstaan was door het opheffen van de gildes en schutterijen. Deze eenheden droegen vroeger bij tot de verdediging en brandpreventie van de stad en land. De gewapende burgermagt nam deze taken over.
In 1806 werd de "gewapende burgermagt" omgevormd tot de "garde nationale" want Nederland werd toen Koningrijk Holland met als koning Lodewijk Bonaparte (de broer van Napoleon). Lodewijk deed zo zijn best te integreren met de Nederlanders dat hij ook alle oude Hollandse termen weer gebuikte. Zo doende werd de naam "Garde Nationale" veranderd in "Dienstdoende Schutterij".
In 1810 werd Nederland ingelijfd door Napoleon zelf en werd deel van het Franse keizerrijk. De naam "dienstdoende Schutterij" werd weer veranderd in "Garde Nationale" .
In 1813 kreeg Nederland zijn huidige staatsvorm onder Koning Willem 1 van Oranje. De eerste eenheden die hij tot zijn beschikking had waren de schutterijen want grote delen van het leger waren in de veldtochten omgekomen of nog niet teruggekomen. De "Garde Nationale" werd weer "dienstdoende Schutterij" genoemd. Op 26 januari 1814 werd 's-Hertogenbosch bevrijd door zijn eigen schutterij in samenwerking met Russische en Pruissische troepen.
In 1830 werden alle nog Nederlandse schutterijen gemobiliseerd wegens de Belgische opstand, resuleerde in de tien-daagse veldtocht. Tijdens de tiendaagse veldtocht hebben diverse schutters Willemorders gekregen en werden er ook een aantal vernoemd in de dagorder. Na deze "veldtocht" werden de schutterijen tot 1839 onder de wapenen gehouden.
In 1870 werden de schutterijen weer gemobiliseerd wegens de Franse-Duitse oorlog.
In 1907 werden alle "Dienstdoende Schutterijen" afgedankt.