
De Metgezellen van de Profeet (saws)
De Koran is geopenbaard aan de Profeet Mohammed
in gedeelten gedurende de drieëntwintig jaar van zijn profeetschap.
Wanneer er een probleem naar boven kwam of wanneer Allah een speciaal advies wilde geven aan de Profeet
en zijn volgelingen,
zond Allah de Engel Djibriel met een gedeelte van de Koran die hij aan de Profeet
voorlas.
Dus de Koran is niet in zijn complete vorm in eens geopenbaard, zoals de vroegere geopenbaarde boeken, maar in gedeelten gedurende een bepaalde periode.
Het was zeer belangrijk dat de Profeet
alles wat aan hem werd geopenbaard onthield, want hij kon niet lezen en schrijven.
De Profeet
heeft alles van de Koran doorgegeven aan zijn metgezellen voordat hij overleed.
Omdat er geen papier was in Arabië in die tijd, werd de Koran geschreven op alles wat voor handen was.
De metgezellen schreven de verzen van de Koran op dadelpalmbladeren, platte stenen, boomschors, hout, gedroogde dierenhuiden en zelfs op de schouderbladen van schapen of kamelen.
De verzen van de Koran werden dus bewaard in zowel de harten van de moslims, als op schrift, tijdens het leven van de Profeet.

...Klik hier om het prikbord binnen te gaan...
