MSN Home  |  My MSN  |  Hotmail
Sign in to Windows Live ID Web Search:   
go to MSNGroups 
Groups Home  |  My Groups  |  Language  |  Help  
 
IndonesieIndonesie@groups.msn.com 
  
What's New
  Join Now
  ? Welkom?  
  _______________  
  Forums  
  General  
  Actualiteiten  
  Reisinformatie  
  ? Brush vertelt  
  ICM-Online  
  Uit-Agenda  
  News in English  
  Kleurrijk  
  Praatcafé  
  Geschiedenis  
  Boeken  
  (Reis)verhalen  
  -Kantjil  
  -Garuda  
  -valse Raadsheer  
  -Ken Arok  
  ________________  
  Linken  
  -Startpagina's  
  Documents  
  _______________  
  Pictures  
  - Oude foto's  
  - Mooiste foto's  
  _______________  
  Indonesie kaart  
  ? Java  
  ? Sumatra  
  ? Bali  
  ? Kalimantan  
  ? Sulawesi  
  ? Molukken  
  ? Lombok  
  Papua Kaart  
  Oude kaarten  
  ________________  
  Hoe laat is het ?  
  ________________  
  Indonesië  
  Indonesië  
  Ind.Cultuur  
  Sumatra  
  Kalimantan  
  Sulawesi  
  Molukken  
  Papua  
  Nusa Tenggara  
  Java  
  Java 1  
  Java 2  
  Java 3  
  hoe kwam jij...  
  Het Aanzien van  
  index Aanzien NI  
  
  
  Tools  
 
 Kidung Sunda
 
 
De Valse Raadsheer
 
 
Heel lang geleden was er op het eiland Java een koninkrijk, Majapahit, waarvan de roem de verste uithoeken van de Archipel had bereikt. De vorst van dat machtige rijk was de jonge Hayam Wuruk, die zijn vader was opgevolgd, en zijn raadgever was de invloedrijke patih Gajah Madah.

Koning Hayam Wuruk was een goed vorst en hij was geliefd bij al zijn onderdanen. Alle vorsten die onderworpen waren aan het machtige Majapahit kwamen telkens weer om hun eerbied te betonen aan de jonge opperkoning, zelfs degenen die ver van de kraton (het paleis) woonden. Er was niemand in het rijk, die zich er niet in verheugde een onderdaan te zijn van koning Hayam Wuruk. De jonge koning nu was niet alleen een goed vorst, hij was ook nog knap en innemend. Hij was als de god Rama, de god van de liefde, sierlijk en bevallig, en tegelijkertijd krachtig en moedig. Zijn deugden waren talrijk en er viel vrijwel niets op hem aan te merken. Vrijwel niets, want er ontbrak nog één ding aan zijn bestaan...

Het weefgetouw stond gereed, maar zweeg... De bloemen bloeiden en geurden lieflijk, maar de tuinen waren verlaten. De jonge koning had nog steeds geen vrouw.
Iedereen maakte zich zorgen over Hayam Wuruk. Hoe moest dat nu, een koning moest toch immers een troonopvolger hebben? Men spande zich tot het uiterste om een bruid te vinden voor de jonge koning, maar geen vrouw was hem goed genoeg. Hij was de machtigste vorst van de Archipel en alleen de schoonste en lieftalligste vrouw ter wereld zou aan zijn zijde kunnen staan.

Men had de beste schilders opgedragen de prinsessen uit alle omringende landen te portretteren en men had hele reeksen portretten van de schoonst denkbare vrouwen aan de jonge koning getoond, maar het mocht niet baten. Zelfs de beeltenis van de bevallige prinses van Madura en de schone prinses van Palembang lieten het hart van Hayam Wuruk onberoerd. Geen van de vrouwen vond hij geschikt om vorstin te worden van het machtige Majapahit.
Langzamerhand begon men de moed te verliezen, want het zag er slecht uit. Alle rijken waren bezocht, er was geen plaats die men had overgeslagen. Of toch? Op een goede dag kwam de vorst het gerucht ter ore, dat ergens, heel ver weg, in een onmetelijk rijk en welvarend land een vorst woonde, wiens dochter de schoonste ter wereld moest zijn. De prinses heette Galuh en zij woonde in het rijk Sunda. Niemand had ooit van dat koninkrijk gehoord en niemand wist of het wel bestond, maar de nieuwsgierigheid van de jonge koning was gewekt en de allerbeste schilder werd erop uitgestuurd om een portret van de prinses te maken. De man scheepte in voor een reis overzee en de wind blies in de zeilen tot hij na dagen en dagen het koninkrijk Sunda bereikte. En daar schilderde hij met vaardige hand de koningsdochter, zo goed dat het was alsof zij leefde en zo uit het portret kon stappen. Haar ogen straalden als de gloed van de maan en de sterren aan de nachtzwarte hemel en de diamanten om haar hals schitterden en flonkerden, zodat het leek of ze bewogen bij elke ademhaling van de prinses. Toen zijn werk gereed was keerde hij terug naar Majapahit. Terwijl men in Majapahit gespannen de terugkeer van de schilder afwachtte, arriveerden twee bezoekers bij de kraton. Het waren twee ooms van Hayam Wuruk, de koning van Daha en de koning van Kuripan, die naar Majapahit waren gekomen omdat zij zich zorgen maakten over het almaar uitblijvende huwelijk van hun neef. Hayam Wuruk groette zijn ooms eerbiedig en ontving hen in de kraton, waar zij gingen zitten om de zaak te bespreken.
"We maken ons zorgen om je, jongen. Waarom ben je toch zo mager? Ben je ziek? Waarom dwaal je door de tuin en ruik je slechts aan de bloemenpracht, zonder van de honing te genieten? Doe je soms ascese?" sprak de vorst van Kuripan. Hayam Wuruk glimlachte: "Nee, oom. De zaak ligt anders. Ik zoek, maar tot op heden heb ik nog geen geschikte bruid gevonden. Ik heb portretten gezien van de schoonste vrouwen, maar geen van hen, hoe bevallig ook, heeft de waardigheid om als vorstin van dit machtige rijk aan mijn zijde plaats te nemen." De beide ooms knikten. "Als je een geschikte bruid vindt, en moge dat spoedig geschieden, dan heb je mijn zegen," sprak de een, terwijl de ander instemmend knikte.

En Hayam Wuruk begon te vertellen over het portret dat hij nu liet maken van de prinses van Sunda, die naar men zei, de schoonste ter wereld moest zijn. "Nu," sprak de koning van Daha verheugd, "laten we hopen dat het ditmaal zal lukken." De volgende morgen, toen de vorst audiëntie hield, kwam het bericht dat de schilder was teruggekeerd uit Sunda met het portret van de prinses. Men haastte zich om de man voor de vorst te brengen. Hij verscheen met een pakket gewikkeld in gele zijde, de vorstelijke kleur. Toen hij het portret onthulde, riep de koning van Daha onmiddellijk verrukt uit: "Maar jongen, zij is beeldschoon. Je hoeft niet meer te zoeken, dit is je bruid!" Hayam Wuruk keek naar de beeltenis van de prinses en op slag was hij de wereld om hem heen vergeten. Haar ogen waren als de sterren aan de nachtzwarte hemel. Hij dwaalde rond, bedwelmd door zoet geurende bloemen.

De koning van Daha en de koning van Kuripan keken elkaar aan en glimlachten. Niet lang daarna zond de koning een van zijn patihs, genaamd patih Madu, met een brief naar Sunda, waarin hij vroeg om de hand van de mooie prinses. Met een escorte en talloze kostbare geschenken, waaronder goud, juwelen en kostbare kledij, scheepte de patih in en vertrok met de wind in de zeilen. Zes dagen waren verstreken, toen hij in de haven van Sunda aanlegde en om audiëntie vroeg bij de vorst. De volgende morgen werd de afvaardiging uit Majapahit waardig ontvangen in de kraton van Sunda. Patih Madu overhandigde de brief van koning Hayam Wuruk aan de vorst, die begon te lezen: "Vorst van Sunda, ik vraag u om mijn verzoek te willen aanhoren. De laatste tijd word ik overmand door een gevoel van verlangen. Ja, als een nachtvogel verlang ik naar het schijnsel van de maan. Als een sperwer zweef ik tegen de blauwe hemel en vul de lucht met kreten van verlangen naar de zoete regendruppels aan het einde van de droge tijd. Zo vraag ik u mij uw zegen te geven en mij het juweel van uw kraton te schenken. Ik vraag u om de hand van uw dochter, want ik wil haar tot de koningin aan mijn zijde maken."
De koning zweeg en dacht een moment na. Koning Hayam Wuruk, de vorst van het machtige rijk Majapahit, vroeg om de hand van zijn dochter. Hun rijken zouden aan elkaar verbonden worden en hun nageslacht zou machtig en roemrijk zijn. Welk een geluk was hem ten deel gevallen.

Hij sprak: "Is het werkelijk zo dat uw vorst er zozeer naar verlangt mijn dochter tot vrouw te hebben, terwijl hij haar toch nooit heeft ontmoet? Is het niet slechts een gerucht, een vluchtige schim, waaraan hij zijn hart verloren heeft?" "Nee, Heer," sprak de patih, "het is werkelijk zo dat mijn vorst kwijnend van verlangen zijn dagen doorbrengt en niets kan hem genezen, behalve een huwelijk met uw dochter."

Hiermee werd de audiëntie besloten en de vorst trok zich terug om te overleggen met zijn vrouw. Zij gingen naar het vrouwen verblijf, waar de prinses zich bevond en vertelden haar van het aanzoek van de machtigste koning van Java. De koningin was enthousiast en de koning zei: "Lieve kind, we zullen altijd van je blijven houden, al ben je nog zo ver bij ons vandaan. Want een vorst uit een ver land heeft om jouw hand gevraagd. Hij is jong, rijk en machtig en jij zult zijn eerste vrouw worden. Jullie nageslacht zal machtig en roemrijk zijn!" En in geuren en kleuren beschreven de beide ouders de luister van het rijk Majapahit en de knappe, jonge koning, die er regeerde. De prinses luisterde en zweeg, terwijl de glans van haar gelaat verdween, als de gloed van de maan, die verdwijnt achter een wolkensluier. Moest ze nu haar ouders gaan verlaten? Als een bloem, geknakt door een hand die haar plukt, zat ze roerloos te luisteren, terwijl de juwelen om haar hals schitterden bij elke ademtocht.

Toen haar ouders ten slotte waren uitgesproken, vouwde zij haar handen tot een eerbiedige sembah en sprak met zachte stem: "Mijn geëerde vader en moeder, als u het zo wilt, dan zal het zo geschieden." En verheugd liet de koning alles in gereedheid brengen.

De volgende morgen werd het schip van patih Madu rijkelijk voorzien van proviand voor de terugreis. De koning van Sunda ontbood hem en deelde hem mee, dat hij zeer vereerd was en dat hij het verzoek van koning Hayam Wuruk aanvaardde. Hij zou met zijn vrouw en dochter naar Majapahit reizen, alwaar koning Hayam Wuruk de bruidsstoet zou moeten verwelkomen. Hij gaf geen brief mee, want hij zou direct alles in gereedheid laten brengen voor het vertrek. Patih Madu groette de vorst eerbiedig en haastte zich naar zijn schip. De wind blies in de zeilen en Patih Madu spoedde zich met zijn gevolg naar de kraton van Majapahit om het heuglijke nieuws over te brengen.

Ondertussen liet de koning van Sunda alle voorbereidingen treffen voor het vertrek van de bruidsstoet. Dat nam enige tijd in beslag, maar toen dan eindelijk alles gereed was, begaf de vorst zich met zijn vrouw en dochter naar de haven. Bedienden, soldaten en hovelingen begeleidden hen.
Het was overweldigend: er lagen meer dan tweehonderd schepen en elk schip was schitterend versierd met goud en zijde. Tweeduizend prauwen lagen op het strand keurig naast elkaar en het mooist van alle schepen was het schip van de koning. Het was een prachtige jonk, versierd met zijden vaandels en masten van goud. Het was het grootste en mooiste van alle schepen, maar de mensen waren niet blij toen ze het zagen. Waarom had de koning voor een jonk gekozen, terwijl toch iedereen wist dat met zo`n schip een oorlog begonnen was die heel slecht afgelopen was. Maar niemand sprak, uit angst om de koning te beledigen en bovendien was het een heel mooi schip, dat vast veel indruk zou maken. De koning bekeek tevreden zijn vloot, maar toen hij de haven naderde zag hij iets wat hij nog nooit had gezien en wat hem plotseling stil deed staan. De golven waren donkerrood van het bloed. Tientallen kraaien cirkelden krassend boven het water, terwijl ze onophoudelijk bloed spuwden.

De koning was verbijsterd. Was dit echt of slechts zinsbegoocheling? Wat betekende dit? Plots herinnerde hij zich een oude voorspelling: een lid van het Sundaase koningshuis zou een verschrikkelijk lot beschoren zijn. Met angst in zijn hart keek hij naar zijn dochter. Ze zou trouwen met de machtigste vorst van Java. Was dit een slecht teken? Maar hij had zijn woord reeds gegeven, hij kon er niet meer op terugkomen. Maar ach, wie weet, de voorspelling was al zo lang geleden gedaan, misschien had hij iets van zijn kracht verloren. Dus begaf de koning zich naar zijn schip en de koningin en de prinses volgden hem. Kalm zeilde de vloot uit; tweehonderd grote schepen voorde koning en zijn hofhouding voorop, gevolgd door tweeduizend prauwen. En terwijl de gamelan speelde, wierp iedereen, hovelingen, militairen en de hooggeplaatste, rijke burgers, een laatste blik op de kust. Het was alsof zij afscheid namen van hun geliefde land, terwijl de wind blies en de schepen naar het machtige rijk Majapahit voerde.

Ondertussen was patih Madu reeds in Majapahit gearriveerd en hij spoedde zich naar de kraton om de boodschap van de koning van Sunda over te brengen. Koning Hayam Wuruk was juist in gesprek met zijn ooms, de koning van Daha en de koning van Kuripan, toen de komst van patih Madu gemeld werd. "Laat hem binnentreden," sprak Hayam Wuruk en de patih verscheen. Eerbiedig groette hij de vorst en begon te spreken.
De jonge koning was verheugd toen hij vernam dat de vorst van Sunda zijn toestemming tot een huwelijk met de prinses had gegeven.

"De vorst van Sunda is op weg hierheen. Hij verwacht u na zijn aankomst in het gastenverblijf. Hij komt persoonlijk zijn dochter brengen, hij is zeer verheugd dat het oude koningshuis van Sunda verbonden zal worden aan het koningshuis van Majapahit," zei patih Madu. Onmiddellijk liet de jonge koning alles in gereedheid brengen voor het grootse bruiloftsfeest. De kraton werd versierd, karbouwen en runderen werden geslacht voor het feestmaal. Afgezanten uit omringende landen brachten geschenken en de havenmeester had het er druk mee, want er leek geen einde te komen aan de stroom met schepen die passagiers en geschenken brachten. Hayam Wuruk en zijn ooms zochten met zorg hun mooiste kaïns (gebatikte doeken) en hun kostbaarste krissen van goud ingelegd met edelstenen.
 
Tien dagen nadat de vorst Sunda had verlaten arriveerde de vloot in de haven van Bubat, aan de monding van de Brantasrivier. Het volk bewonderde het grote aantal schitterend versierde schepen uit het verre land Sunda. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. Ze raakten niet uitgekeken.

Het hoofd van Bubat haastte zich naar de kraton om de aankomst van de bruiloftsstoet te melden. Nadat hij de vorst eerbiedig had begroet begon hij te vertellen. Het was een enorme vloot, schepen en nog eens schepen, zover het oog reikte en elk schip was prachtig versierd, maar het mooist was de jonk van de koning met masten van goud en vaandels van zijde. De stoet was verder stroomopwaarts aan land gegaan en verbleef in het gastenverblijf van de koning. Onder de bomen wapperden de vaandels in lange rijen. De koning van Sunda werd begeleid door heldhaftige soldaten en beeldschone vrouwen, maar de prinses was de mooiste van allen. Hayam Wuruk was buitengewoon verheugd en liet zich in zijn kostbaarste kledij steken, evenals zijn ooms. Ze zouden zo snel mogelijk de vorstelijke familie uit Sunda tegemoet gaan. Maar er was een man, die zich afzijdig leek te houden en met een verstoord gelaat de bedrijvigheid gadesloeg: Gajah Madah, de rechterhand van de koning.

 
Notice: Microsoft has no responsibility for the content featured in this group. Click here for more info.
  Try MSN Internet Software for FREE!
    MSN Home  |  My MSN  |  Hotmail  |  Search
Feedback  |  Help  
  ©2005 Microsoft Corporation. All rights reserved.  Legal  Advertise  MSN Privacy