MSN Home  |  My MSN  |  Hotmail
Sign in to Windows Live ID Web Search:   
go to MSNGroups 
Groups Home  |  My Groups  |  Language  |  Help  
 
IndonesieIndonesie@groups.msn.com 
  
What's New
  Join Now
  ? Welkom?  
  _______________  
  Forums  
  General  
  Actualiteiten  
  Reisinformatie  
  ? Brush vertelt  
  ICM-Online  
  Uit-Agenda  
  News in English  
  Kleurrijk  
  Praatcafé  
  Geschiedenis  
  Boeken  
  (Reis)verhalen  
  -Kantjil  
  -Garuda  
  -valse Raadsheer  
  -Ken Arok  
  ________________  
  Linken  
  -Startpagina's  
  Documents  
  _______________  
  Pictures  
  - Oude foto's  
  - Mooiste foto's  
  _______________  
  Indonesie kaart  
  ? Java  
  ? Sumatra  
  ? Bali  
  ? Kalimantan  
  ? Sulawesi  
  ? Molukken  
  ? Lombok  
  Papua Kaart  
  Oude kaarten  
  ________________  
  Hoe laat is het ?  
  ________________  
  Indonesië  
  Indonesië  
  Ind.Cultuur  
  Sumatra  
  Kalimantan  
  Sulawesi  
  Molukken  
  Papua  
  Nusa Tenggara  
  Java  
  Java 1  
  Java 2  
  Java 3  
  hoe kwam jij...  
  Het Aanzien van  
  index Aanzien NI  
  
  
  Tools  
 
 vervolg 

de Valse Raadsheer


De mantris en bupatis in de zaal keken naar hem en vroegen zich verwonderd af, waarom patih Gajah Madah niet ingenomen leek te zijn met wat er te gebeuren stond. Was hij het niet eens met dit huwelijk? Niemand sprak een woord, toen Gajah Madah statig naar voren schreed, want de patih was een zeer machtig man. Gajah Madah maakte een sembah voor de vorst en sprak: "Vergeef mij. Majesteit, sta mij toe nu het woord te nemen. Het is niet dat ik tegen uw bevel zal handelen of omdat ik mij niet met u verheug op dit huwelijk, maar ik kan niet langer zwijgen. Vergeef mij duizendmaal, mijn vorst, maar denk na voordat u vertrekt naar het gastenverblijf om de koning van Sunda te verwelkomen. De wens van deze vorst is niet in overeenstemming met de normale gang van zaken in uw land." "Wat bedoel je daarmee, Gajah Madah?" vroeg Hayam Wuruk. "Vergeef mij. Majesteit, ik begrijp dat uw vreugde groot is, maar ik vraag nog vier of vijf dagen te wachten zodat u er nog eens goed over kunt nadenken. Uw macht en het aanzien van uw koninkrijk zijn hier in het geding. De grootsheid van Majapahit mag niet verbleken. Nu eren alle vorsten u, maar straks. Maar vergeef mij, Majesteit, het zij uw wil."
Hayam Wuruk boog het hoofd en zweeg, terwijl hij de woorden van zijn patih overdacht. Misschien had Gajah Madah wel gelijk. Hij was immers de machtigste vorst van Java en die kon niet zomaar afdalen naar een mindere vorst. Maar ja, hij wilde toch zo graag trouwen met de prinses. Och, de prinses, ze was zo mooi en zo geschikt om zijn vrouw te worden. "Zeg mij dan, Gajah Madah, wat is het dat je vreest?" vroeg hij.
"Een vorst zo machtig als u met een rijk zo machtig als Majapahit heeft niets te vrezen, maar voorzichtigheid is geboden in deze kwestie. U kunt onmogelijk zoveel eer bewijzen aan een mindere vorst als de koning van Sunda, die in de verste verte uw gelijke niet is. Vertrouwt u hem echt? Weet u zeker dat hij zichzelf niet zal zien als uw gelijke?" antwoordde Gajah Madah.

Dat was waar, besefte Hayam Wuruk, zijn macht en aanzien mochten niet verbleken. Misschien was het wel verstandiger om het nog even uit te stellen, dan kon hij er nog wat over nadenken. Wie weet wat de koning van Sunda van plan was. Wie dacht hij wel dat hij was, dat hij hem, de vorst van Majapahit, dacht te kunnen ontbieden!
Hayam Wuruk zag af van zijn voornemen om naar het gastenverblijf te gaan en verbood iedereen om ook maar een stap in die richting te doen. De vreugde was verdwenen, men was teleurgesteld, maar niemand sprak een woord, want de wil van de vorst is wet. Al zou dit een dodelijke belediging zijn voor de koning van Sunda.

Ondertussen wachtte de koning van Sunda in het gastenverblijf op de komst van zijn aanstaande schoonzoon. Dag na dag verstreek, maar niemand kwam. Toen vernam hij het gerucht dat de patih Gajah Madah de jonge koning van gedachten had doen veranderen. De vorst zou niet van plan zijn om naar het gastenverblijf te komen.
De vorst vond dit een grove belediging en hij stuurde onmiddellijk enkele afgezanten naar het verblijf van Gajah Madah om uit te vinden wat er waar was van dit gerucht.
Aangekomen bij het verblijf van de patih traden de afgezanten van de koning ongevraagd naderbij en wachtten enige tijd, want Gajah Madah negeerde zijn gasten, omdat hij onaangenaam verrast was door dit onaangekondigde bezoek. Toen men ten slotte ook tevergeefs toestemming had gevraagd om binnen te treden, liepen de afgezanten ongevraagd naar binnen. Gajah Madah was juist in gesprek met enkele gasten en zijn leraar, toen de vreemdelingen plots voor hem stonden.

Hij keek op en zei: "Aha, daar zijn enkele van onze langverwachte gasten, als ik mij niet vergis. Waarom komt u nu pas? En wat is uw rang, u hebt zich immers nog niet aan mij voorgesteld." Een man uit het Sundase gezelschap nam het woord: "Ik ben patih Anepaken, deze mannen hier zijn de demang van Caho, Tumengung Penghulu Borang en patih Pitar, de patih van prinses Galuh." Gajah Madah glimlachte en zei: "Nu, dus u bent allen edellieden en toch kent u geen manieren. U komt hier zomaar onaangekondigd en zonder toestemming binnenlopen. Is dat uw gewoonte?" "U hoeft ons niets te verwijten," sprak patih Anepaken. "Integendeel, ik denk dat u niet weet hoe het hoort, wij hebben lang gewacht op een afvaardiging uit Majapahit, maar vergeefs en daarom ben ik nu gekomen want wij hebben een gerucht vernomen omtrent u." En hij voegde eraan toe dat er nu wel spoedig een stoet uit Majapahit moest komen, want de vorst van Sunda wilde de zaak zo spoedig mogelijk regelen. Patih Gajah Madah glimlachte fijntjes en zei: "Nu is het mij duidelijk dat u in het geheel niet weet hoe het hoort. Of wist u nog niet dat alle vorsten hun eer komen bewijzen aan koning Hayam Wuruk? En wist u niet dat zij hem de kostbaarste geschenken aanbieden om gunsten te verwerven? Ik raad u aan net zo te handelen en het kostbaarste wat uw koning bezit, de schone prinses, aan mijn vorst aan te bieden."
De afgezanten waren woedend, hun koning was nog nooit zo beledigd. De koning van Sunda was de afstammeling van een lange reeks vorsten en het koninkrijk Sunda was niet onderworpen aan Majapahit, want er was nooit een oorlog tegen dat rijk verloren.
"Gajah Madah, u bent hoogmoedig en slecht, want u vergeldt goed met kwaad! Onze vorst is hier gekomen met goede bedoelingen en u schept er behagen in om hem te beledigen!" riepen ze uit. Gajah Madah trilde van woede en zag rood tot achter zijn oren: "Ik laat het aan uw vorst over. Hij kan doen zoals mijn vorst het wil en zo niet, dan zult u uw legers in gereedheid moeten brengen voor de strijd!"
"Wij zijn in het geheel niet bang voor u," spraken de afgezanten uit Sunda kalm en ze maakten aanstalten om te vertrekken. Trillend stond Gajah Madah op en riep met luide stem de troepen op om zich in gereedheid te brengen voor het afslachten van de Sundanen.
Zijn oude leraar, Pandita Asmaranatha, maande hem tot kalmte: "Mijn zoon, het is niet goed wanneer men zijn driften volgt, want wie van haat vervuld is, zal zijn straf niet ontlopen!" En hij verzocht de gasten om zich niet gekwetst te voelen. Was het ook niet zo dat de vorst van Sunda alleen maar was gekomen om zich aan zijn woord te houden? Maar zijn oproep was vergeefse moeite, de patihs konden het niet eens worden.
De afgezanten keerden terug naar de koning van Sunda.

Toen deze het nieuws vernam, was hij verwonderd. Waarom koesterde men achterdocht jegens hem? Maar toen zijn afgezanten hem vertelden dat patih Gajah Madah had voorgesteld om de prinses als geschenk aan de vorst aan te bieden, werd de koning van Sunda woedend. Zijn dochter een adellijke slavin? Nooit van zijn levensdagen! Hij voelde zich bedrogen en was diep teleurgesteld. Waarom hield de koning van Majapahit zich niet aan zijn woord? Nu moest hij, als onafhankelijk vorst, de eer van zijn koningshuis verdedigen, dat was hij verplicht. Zijn hovelingen sloten zich bij hem aan, want ook zij waren bereid om voor de eer van hun vorst te sterven. Terwijl de legers in staat van paraatheid werden gebracht, lichtte de koning zijn vrouw en dochter in over de afschuwelijke wending die deze zaak had genomen. Hij smeekte hen om onmiddellijk terug te keren naar Sunda: "Ik moet mijn plicht vervullen, maar ik wil dat jullie in veiligheid zijn. Mijn lieve vrouw, vrees niet. Het is een zware beproeving en misschien zullen wij elkaar niet weerzien. Beloof mij, mijn lief, om goed voor mijn dochter te zorgen. Ga naar het schip, morgen moet je vertrekken." Maar de koningin weigerde, met tranen in de ogen. Als vrouw van een strijder was zij verplicht om haar man in de dood te volgen. Zelfs als hij in de strijd zou moeten sterven, mocht zij niet van zijn zijde wijken.

De prinses begon zacht te spreken: "Mijn vader en moeder, die ik liefheb, ik zal u niet verlaten. Bestaat er in de wereld een zonde, die zwaarder is dan deze? Hoe kan een kind zijn ouders verlaten in het moeilijkste uur? Deze strijd wordt om mijnentwille gevoerd en daarom zal ik u niet kunnen verlaten." Diep ontroerd boog de koning van Sunda het hoofd.

De dag brak aan en het was een dag anders dan andere dagen, want dit was de dag van de strijd. Het leger van Sunda was klein, maar de soldaten waren moedig en vastbesloten. Goud, metaal en edelstenen glinsterden in het zonlicht. En zij bewogen zich voort met de vastberadenheid van strijders, die trouw zijn aan hun vorst.
Het leger van Majapahit was groot. Zover het oog reikte zag je soldaten met pieken en schilden die schitterden in het licht van de zon. Na de soldaten kwamen de prachtig uitgedoste mannen van hogere rangen en op enige afstand kwamen de hovelingen.
Patih Gajah Madah was gehuld in schitterende kledij en droeg zijn gouden kris, waarvan de schede was bezet met diamanten, die flonkerden in het zonlicht. Koning Hayam Wuruk werd begeleid door zijn twee ooms en hij was een god gelijk, sierlijk en krachtig. Toen de legers elkaar ontmoetten, barstte er een donderend geweld los van kletterende zwaarden en pieken. Mannen die werden doorstoken schreeuwden van pijn en het bloed vloeide rijkelijk tot de grond ermee verzadigd was. Eenheid na eenheid trok tegen elkaar op, soldaten vluchtten, joegen elkaar op, en in hun angst trapten zij op gewonden en doden, die weerloos op de grond lagen.

In een vreselijk gevecht ontmoetten patih Anepaken en Gajah Madah elkaar. Gajah Madah vocht verbeten en hij was sterker, maar patih Anepaken weerde zich moedig tot het eind. 
De koning van Sunda was in een gevecht gewikkeld met de ooms van Hayam Wuruk. Zijn mannen vochten als leeuwen maar waren aan de verliezende hand en toen de koning van Sunda sneuvelde, waren de weinigen die nog overeind stonden radeloos. Hun vorst was dood!
Patih Pitar lag tussen de gesneuvelden en de gewonden, want ook hij was gewond geraakt, maar hij had zich weten te redden door zich dood te houden. Hij besefte dat de oorlog verloren was en krabbelde moeizaam overeind. Bedroefd om het verlies van zijn geliefde vorst begaf hij zich naar de legeraanvoerder van Majapahit om de nederlaag officieel te erkennen. Sunda was onderworpen. Hij kreeg toestemming om de koningin en de prinses de vreselijke afloop van de strijd mee te delen en hij begaf zich naar het gastenverblijf, waar de vrouwen bijeen zaten. De koningin was diep bedroefd, maar zij behield haar waardigheid. Toen patih Pitar haar smeekte om met de prinses onmiddellijk terug te keren naar Sunda, weigerde ze. Ze wist wat haar te doen stond. En ook de prinses wilde niet teruggaan. De vrouwen maakten zich gereed om naar het slagveld te gaan om daar een eind te maken aan hun leven. De koningin zat bij de prinses, die treurde om de dood van haarvader. "Mijn lieve moeder, het is tijd," zei ze met zachte stem en de koningin knikte. "Mijn lieve kind, luister, als jij straks meegaat naar het slagveld, zullen ze misschien proberen te verhinderen dat je je vader volgt en je tot een adellijke slavin te maken. Het is beter dat je mij voorgaat. Vraag je vader op mij te wachten." De prinses gehoorzaamde. Ze maakte zich gereed, stilzwijgend en met haar zijden lokken los over haar schouders. Ze nam de kris uit de schede en hief het wapen op voor haar borst. Het was doodstil en de ogen van de prinses flonkerden diepzwart. Een moment later doofden sterren en maan aan de hemel en zeeg de schone prinses neer...

De vrouwen van de koning en hovelingen gingen naar het slagveld en zochten de lijken van hun overleden echtgenoten op. Het slagveld was overdekt met lichamen in een zee van bloed. Iedereen die het zag huiverde. De vrouwen schreden moedig voort, zoekend naar hun echtgenoten en hielden stil als zij hen gevonden hadden. De koningin stond bij het lichaam van haar man en vouwde haar handen tot een eerbiedige sembah en prevelde enkele woorden tot hem. En terwijl ze sprak nam ze de kris uit de schede. Haar haren hingen los over haar schouders. Ze zweeg en hief de kris op. Toen dreef zij de kris in haar borst en zeeg levenloos neer over het lichaam van haar man. De tweede vrouw van de koning doorstak zich na haar en ten slotte volgden alle andere vrouwen.

Hayam Wuruk zocht. Hij zocht op het slagveld naar de prinses. Waar lag haar lichaam? En terwijl hij zocht tussen de doden dacht hij na over de gebeurtenissen. Het had zo mooi moeten worden... Hij dacht aan zijn bruid. Hoe lang had hij niet naar haar moeten zoeken? En hoe blij was hij geweest toen hij haar eindelijk had gevonden! Maar nu, nu was hij haar kwijt, Hij voelde een steek in zijn hart. Had hij maar nooit geluisterd! En hij zocht verder tot hij in elke uithoek van het slagveld geweest was, maar de prinses vond hij niet.
Als ze hier niet was, dan zou ze misschien nog leven. Hij haastte zich zo snel hij kon naar het gastenverblijf. Hij zou haar toch nog tot zijn vrouw kunnen maken! Hij trad binnen en zocht alle vertrekken af. En toen zag hij haar.
Tranen welden op in zijn ogen. Wat was ze mooi, zijn Ratih... Ze was nog mooier dan het portret waaraan hij zijn hart verloren had. En hij dwaalde wederom door tuinen vol met bloemen en werd bedwelmd door zoete geuren. Maar toen drong de geur van bloed tot hem door en toen hij nog eens naar de prinses keek zag hij dat de maan en de sterren hun licht hadden verloren. Er was niets dan een nachtzwarte hemel waarin hij staarde.

De daaropvolgende periode werd beheerst door de drukte rond de crematieplechtigheden voor de vele doden, maar toen dat alles voorbij was en de rust was weergekeerd zat de jonge koning op zijn troon, gekweld door de vreselijkste gedachten. Hij at niet meer, lachte niet meer, en sprak nog nauwelijks. Zijn ooms maakten zich zorgen om hem, maar hun neef had nog maar één wens. Hij wilde niets liever dan spoedig sterven om de prinses te volgen en voor eeuwig bij haar te kunnen zijn. En hoe iedereen zich ook inspande om het hem naar de zin te maken, de jonge koning had zijn levensvreugde verloren. Niet lang daarna stierf hij. De koning van Daha en de koning van Kuripan verlieten Majapahit en hun verdrietige herinneringen.

Ja, ze zijn er nog achter gekomen dat patih Gajah Madah de aanstichter was van het kwaad en ze hebben alles in het werk gesteld om hem te straffen. Het verblijf van de patih werd omsingeld en geen mens kon er ongezien in of uit, maar toen ze binnenkwamen was er niemand te bekennen. Waar de patih was? Naar men zegt was hij een incarnatie van de god Wishnu en is hij teruggekeerd naar het hemelrijk. In ieder geval heeft niemand hem ooit nog gezien...


bron: hier.

wat is Kidung Sunda>>

Notice: Microsoft has no responsibility for the content featured in this group. Click here for more info.
  Try MSN Internet Software for FREE!
    MSN Home  |  My MSN  |  Hotmail  |  Search
Feedback  |  Help  
  ©2005 Microsoft Corporation. All rights reserved.  Legal  Advertise  MSN Privacy