Matres 
Keltische of Germaanse moedergodinnen, een klein gezelschap vrouwen die in het algemeen Moeders of Matres (van Matrona) worden genoemd. Zo'n elfhonderd wijstenen van Matres zijn gevonden. De Matres worden afgebeeld met z'n tweeën of drieën, zittend naast elkaar, maar ook wel staand. Ze dragen de hoorn des overvloeds, en hebben een fruitmand of bloemen. Soms hebben ze een kind op schoot. Ook komt het voor dat een jong meisje tussen twee oude vrouwen zit. Soms hadden ze lang en weelderig haar. Dit soort beelden werden overal in het Rijnland gevonden, en in westelijke richting tot aan de Muur van Hadrianus.
Hun bijnamen verwijzen naar de stammen die ze vereren of naar hun rol als beschermster van gezin en vruchtbaarheid en geboortehulp, of naar hun functies als schenksters van overvloed en van het leven. Een naam die vaak voorkwam was Gabiae ('geefster'). Hieraan gerelateerd waren namen als Alagabiae ('alles schenkende') of Dea Garmangabis. Dit soort namen wijzen op verwantschap met de godin Gefion ('geefster'), of met de naam Gefn, een titel van Freyja. De verering van een godin als 'schenkster' gaat al ver terug. Het kan betrekking hebben op het schenken of toewensen van de rijkdommen van de vruchtbare aarde, waar bijvoorbeeld de hoorn des overvloeds en het fruit op wijst. Ook het schenken van leven in de vorm van vruchtbaarheid en zwangerschap is een vorm hiervan. Het toewensen bij de geboorte van zegeningen maar ook van minder aangename dingen is op te vatten als een 'geschenk'. De naam 'Allesschenkend' komt overeen met de Griekse titel van de godin, Pandora. De Siberische Ajysyt ('schenkster van het leven') hielp vrouwen bij de geboorte en gaf de kinderen een ziel. De Grieken
Andere namen zijn Afliae en Arvagastiae ('Gastvrije'). De naam Vatviae hangt samen met 'water', en wijst op de relatie van de Maters met bronnen.
Dat ze in verband staan met de geboorte van kinderen kan blijken uit een vermelding van de Angel-Saksische Bede, die in zijn De Temporum Ratione schreef dat de nacht voor kerst in de pre-Christelijke tijd Modraniht werd genoemd, 'moedernacht'. De kerstdag zelf, 25 december, was 'joeldag'; dit was de dag van het kind.
Op een van de wijstenen worden ze Parcae genoemd, naar de Romeinse schikgodinnen. Ook de bisschop Burchard van Worms uit de elfde eeuw bracht ze met de Parcen in verband. Hij beschreef hoe drie borden op een tafel werden klaargezet als er bezoek van de drie vrouwen werd verwacht. Dergelijke verhalen worden ook wel verteld over de Nornen, de Germaanse schikgodinnen. Zij spraken bij de geboorte van kinderen goede wensen uit, zoals schoonheid, intelligentie of een gelukkige liefde, maar soms ook boze wensen, vooral als ze niet hartelijk werden verwelkomd. Identieke schikgodinnen in Rusland droegen de naam Zarya.
De afbeeldingen vertonen overeenkomst met de wijze waarop Nehallenia wordt afgebeeld.
Het heilige klaverblad (Shamrock) was het teken van de drie moeders van de Keltische traditie. Het klaverblad verwees ook wel naar de 'Drie Brigittes' of de 'Drie Morgans'. In feite stamt dit symbool al af van een oudere traditie. De shamrock komt van het Arabische shamrack, en verwees naar de Arabische drievoudige maangodin. De oude beschaving rond de rivier de Indus kende hetzelfde symbool. Sinds de komst van het christendom werd het klaverblad als symbool toegewezen aan de Ierse St. Patrick. Er werd toen een blaadje aan toegevoegd, waarmee het klavertje vier ontstond, een verwijzing naar het kruis en de vier evangelies.
De oude naam voor de Franse rivier de Marne was Matrona.
Copyright: www.nissaba.nl/godinnen/beschrc.shtml