Ostara.
Germaanse godin van het voorjaar en de herrijzende natuur. Godin van de dageraad. Andere spellingen van haar naam zijn Ostar, Eostar, Eastre of Eostre. Het Ostarfeest (paasfeest) werd in het voorjaar gevierd; het was de viering van de dag-en nachtevening van de lente. Zowel het Engelse als het Duitse woord voor pasen, resp. Eastern en Ostern, komen van haar naam. Ostara's naam wordt etymologisch wel in verband gebracht met Eos, Oesja, Isjtar en Asjtarte godinnen die in verband staan met de dageraad of de planeet Venus. Ook is er verwantschap met de naam van de bijbelse Esther en de Hittitische Istustaya.
Ostara's heilige dier de haas staat symbool voor de vruchtbaarheid. Deze bestaat nu nog als de paashaas. Ook het woord 'oosten' is aan haar naam ontleend of eraan verwant. Dit verklaart ook haar relatie met de zonsopkomst, iedere ochtend in het oosten. Vele dingen die nog bij het paasfeest horen zijn van oorsprong haar attributen, zoals eieren, de haas.
Tijdens haar feest brandde het reinigend vuur van Ragnarok, waar mensen overheen sprongen. Ze helpt iedereen die in wanhoop of angst bij haar komt. Ze wordt ook wel vereenzelvigd met Valfreya, de Vrouwe van de Strijd. Ze bezit toverkracht, waardoor ze de nachtelijke hemel kan berijden. Ze leidt de zielen van de gevallenen en van hen die een goed leven hebben geleid naar hun rustplaats. Ze bewaakt een fontein die het water van de wedergeboorte bevat. Volgens de mythologie heeft ze haar magische geheimen aan Odin verteld.
Op IJsland wordt verteld dat de godin, hier Freija geheten, een der Vanen was; in Scandinavië lijkt Freija een andere godin te zijn. In de Germaanse en Angelsaksische gebieden werd dezelfde godin aangeduid met verschillende namen: Holda, Freija, Ostara, Frigga, Tara etc.
Jacob Grimm heeft nog wat informatie over Ostara overgeleverd, in zijn Deutsche Mythologie (1835): ten eerste werd april, de vierde maand, door de Angelsaksen en oude Germanen Esturmonath genoemd, Ostara's maand. Ten tweede: mensen in gematigde klimaten vieren de komst van de lente met feesten en rituelen. De belangrijkste van deze feesten was gewijd aan Ostara. Dit feest werd getransformeerd in het feest van de wederopstanding van Christus. Voor het feest bleef echter de naam van de godin gehandhaafd, nl. Ostern in het Duits en Easter in het Engels. En ten slotte: andere overblijfselen zijn het geloof dat het ochtendwater (dauw) op paasochtend geneeskrachtige eigenschappen bezit, het versieren van eieren en de paashaas.
Het ei of paasei was het symbool van Ostara's baarmoeder. Ze waren roodgeverfd, als uitbeelding van bloed, en men legde ze op graven om de doden kracht te geven. Deze zelfde traditie kende men ook in Rusland en Griekenland, en misschien is ook het gebruik ten tijde van het paleolithicum om de doden roodgeverfde grafgiften mee te geven hierop terug te voeren.
De palmpasenstok is waarschijnlijk een overblijfsel van de meiboom. Op de stok of tak was een broodvogeltje gestoken met ogen van krenten, en een gevlochten brood; dit was misschien een overblijfsel van een haaroffer door vrouwen. Verder werden vreugdevuren ontstoken, waar de mensen omheen dansten of overheen sprongen. Dit is een onderdeel voor het feest tijdens de Vanadisnacht (Walpurgisnacht), voor de godin Freya, in de nacht van 1 mei; misschien is de palmtak in een latere tijd naar het paasfeest verplaatst.
Zoals de wiccans hier weten is Ostara ook een jaarfeest die in de paastijd valt.
Copyright: www.nissaba.nl/godinnen/beschrc.shtml