| Tango uit de maat: Pulsatie & Beat...
Het bespelen van de bandoneón vraagt een inzet van een lichamelijke kracht, een belichaming vergelijkbaar met slagwerk bij de opzwepende Candombe-trommels of het aanslaan van pianotoetsen bij Rachmaninov 3. De organische golven van deze fysieke inzet gaan doorheen het ritme en brengen het geheel tot leven.
Deze dynamiek weerspiegelt zich in het dansen en is al in het lichaam aktief voor de beweging zichtbaar wordt. De term distinctiegrens gaat om de grenswaarde van het tempo die niet mag worden overschreden, wil de begrijpelijkheid van de muziek niet in gevaar komen, en dat het lichaam de beweging nog kan begrijpen, voelen en ervaren. Rust is aanzet. In een stilstaande abrazo zit veel dynamische energie, dit moment van verstrengelde immobiliteit is een overgangsfase naar een nieuwe biologische impuls. Dit palet van energetische golfbewegingen kleurt de beweging. Een stap is meer dan een stap en achter de drang om te dansen schuilt een fysieke nood.
Puls, beat... 2x4, is er een `correcte' beat ?
Beat-inductie is het proces waarbij een regelmatig isochroon patroon, de tel of puls, geactiveerd kan worden bij het luisteren naar muziek. Deze beat, die vaak door musici met de voet meegetikt wordt, is een centraal concept in de verwerking van muziek. Maar ook voor niet-experts blijkt het proces van beat-inductie een fundamenteel aspect van de verwerking, codering en beleving van temporele patronen. Om enkele voorbeelden te geven: de geïnduceerde beat `draagt' de tempo waarneming en het vormt de basis voor de temporele codering van ritmische patronen. Verder bepaalt de beat het relatieve belang van de verschillende noten in ondermeer de melodische en harmonische structuur.
Na slechts enkele noten kan een sterk gevoel van "beat" of puls door een patroon geïnduceerd worden (een "bottom-up" proces). Na de inductie van een stabiel beat-percept kan deze gaan functioneren als een referentiekader voor de verwerking van nieuwe informatie (een "top-down" proces). Dit referentiekader maakt het mogelijk dat een zgn. syncope waargenomen wordt, als er een beat verwacht wordt op een moment waar geen noot gespeeld wordt - dit introduceert een mate van spanning in een ritme. Dit referentiekader is echter niet geheel rigide. Als er bijvoorbeeld genoeg evidentie is voor een veranderende beat (of metrum) dan zal het oude percept afbreken en een nieuw percept opgebouwd worden. Deze interactie, waarin een beat geïnduceerd wordt vanuit een patroon, maar waarin tevens een reeds geïnduceerde beat de organisatie beïnvloedt van het inkomende materiaal, is moeilijk te modelleren. Beat-inductie is een snel proces, met zowel bottom-up als top-down invloeden. Na enkele noten kan een syncope (een beat die niet met een noot samenvalt) "gehoord" worden - een bewijs dat er reeds beat-inductie heeft plaatsgevonden.
Syncopatie is het onverwacht naar voren schuiven of uitstellen van noten. Zo worden de normale accenten verschoven en ontstaan er onverwachte leegtes in de muziek. De eigenlijke beat speelt men vaak niet. Men speelt rond de beat. Het is aan de luisteraar om deze ontbrekende beat te horen. Ook elke muzikant of danser zoekt naar de verborgen beat en richt zijn aandacht op de leegtes in de muziek die hij dan zal invullen met danspassen of suspense. Soms is het metrische referentiekader zo sterk dat syncopatie kan worden aanhouden over een aantal beats zonder dat het beat-percept wordt aangepast (bijvoorbeeld bij reggae ritmes). Maar een te grote mate van syncopering kan het beat-percept instabiel maken - vooral als er een alternatieve organisatie mogelijk is. Dit geeft het belang aan van de tijdsrichting in de verwerking. Een ritmisch patroon dat omgekeerd in de tijd gepresenteerd wordt kan een andere beat induceren.
Dat maakt dat het proces van beat-inductie essentieel een incrementeel karakter heeft: muziek ontvouwd zich in de tijd. Maar als een musicoloog een partituur bestudeerd, het hele stuk in één keer overziend, komt de beredeneerde beat volgens een ander proces tot stand. Het is belangrijk dit onderscheid in de theorievorming expliciet te maken.
Een ritmisch patroon kan tegelijkertijd verschillende interpretaties hebben. Verschillende luisteraars kunnen in een dergelijk geval een andere organisatie verkiezen. De notie van de `correcte' beat is dus geen juist concept. Vanuit het beat-niveau kan ook temporele regelmaat op hogere en lagere niveaus waargenomen. In dit proces van metrum-inductie is de beat slechts één laag in een hiërarchisch systeem van tijdsdelingen. Als de term beat op meer abstracte wijze gebruikt wordt voor een willekeurig niveau in de metrische hiërarchie, dan wordt de term tactus aangewend om aan te geven op wel specifiek niveau men met de muziek meetelt.
De mechanische traagheid van het bewegingsapparaat bij het geven van een respons (zoals het meetikken met de voet) noodzaakt tot anticipatie en planning.
Syncopatie, lange noten die niet met de beat samenvallen veranderen de beat. In Desain (1992) werd een gedistribueerd model van ritmeperceptie gepresenteerd dat, gegeven een temporeel patroon, een profiel van verwachting voor de toekomst postuleert. Dit profiel bestaat uit componenten, bijgedragen door ieder tijdsinterval dat impliciet in het invoer patroon aanwezig is.
De verwachtingscurve representeert wanneer, en in welke mate, nieuwe noten worden verwacht. De als beat herkende gebeurtenissen krijgen een hogere weegfactor bij het opwekken van nieuwe verwachtingen. Daardoor wordt het isochrone karakter van de beat als vanzelf verkregen. Indien er geen noot aanzet optreedt rond een dergelijke piek dan wordt de ontbrekende beat toch als gebeurtenis aan de invoer toegevoegd, weliswaar met een lage weegfactor. Deze temporele ankers dragen hierna ook bij aan de verwachtingspatronen en maken zo een correcte verwerking van een aangehouden serie syncopen mogelijk.
Zie : http://www.nici.kun.nl
Zie ook : http://www.tangotang.com/Articles/RoyceJDArienzo.htm Click here for more impulse in tangodancing
Tango: 2 sterke beats op 4 1 2 3 4 Tangowals 1 2 3 1 2 3 |