Roger Moens werd geboren op 26 april 1930 in Erembodegem. In de tweede helft van de jaren '50 was Roger Moens de voortrekker van de Belgische atletiek, hij was een dominant figuur op de 800m. Dit jaar is het 50 jaar geleden dat onze landgenoot een nieuw wereldrecord vestigde op de 800m. Moens deed dit op de Bislett Games in Oslo. Hij werd op vrijdag 29 augustus tijdens de Golden League wedstrijd in Oslo gehuldigd voor zijn wereldrecord die hij 50 jaar terug liep tijdens diezelfde Bislett Games.
400m loper
Moens begon zijn carriere als 400m loper. Bij de Olympische Spelen van 1952 in Helsinki kwam de toen 22-jarige Moens uit op deze afstand, maar raakte met een tijd van 48"6 niet door de reeksen. Een jaar later liep hij met 1'48"8 een besttijd op de 800m. Op het BK in 1954 bracht hij zijn besttijd op de dubbele baanronde op 1'47"5. Op basis van deze chrono was onze landgenoot een grote favoriet voor de Europese titel dat jaar in Bern. Deze wedstrijd draaide uit op één van de grootste 800m wedstrijden ooit gehouden, Moens finishte uiteindelijk als 5de in 1'47"8.
Wereldrecordhouder 800m
Op 3 augustus 1955 verbeterde Moens bij de Bislett Games in Oslo met 1'45"7 het 16 jaar oude wereldrecord van Rudolf Harbig. Ondanks dat Moens tijdens de zomer van '56 vroeg in vorm verkeerde met een beste jaartijd tot dan van 1'47"2, begon hij te sukkelen met een zware voetblessure opgelopen tijdens een nachtelijke training net voor de Olympische Spelen van Melbourne. Moens kon onmogelijk deelnemen in de Olympische 800m finale gewonnen door de Amerikaan Tom Courtney. Op 8 augustus 1956 liep hij in het stadion van de Drie Linden in Watermaal-Bosvoorde, samen met Langenus, Bailleux en Leva een nieuw wereldrecord van de 4 x 800 m met een tijd van 7'15"8. Een jaar later bij de Bislett Games in Oslo nam Moens revanche, hij versloeg er namelijk de nummers één, twee en drie van de Spelen van Melbourne en klokte met 1'46"0 ook nog een snelle chrono.
De Olympische Spelen van 1960
In 1958 nam Moens niet deel aan het EK en zijn laatste kans om een groot kampioenschap te winnen waren de Olympische Spelen van 1960 in Rome. De intussen 30-jarige Moens leek op weg naar de mooiste zege uit zijn carriere. Hij had al snel zijn voornaamste concurrent, de Jamaïcaan Kerr, achter zich gelaten. Hij hield zijn tegenstander voortdurend in het oog en hiervan kon de nog onbekende Nieuw-Zeelander Peter Snell gebruik maken om Moens onverwacht voorbij te lopen en de titel in de wacht te slepen. Moens moest zich tevreden stellen met het zilver. Moens was tussen 1955 en 1962 wereldrecordhouder op de 800 meter. Dit record hield stand tot 2 februari 1962, toen de Nieuw-Zeelander Peter Snell het op 1'44"3 bracht. In 1955 kreeg hij de Nationale Trofee voor Sportverdienste. In het totaal verzamelde hij 13 Belgische titels op 400 en 800 m. Hij had Belgische records op 330, 400, 600, 800, 1000 en 1500 m. Moens werd na zijn atletiekcarrière sportjournalist bij de BRT en bouwde daarna een carrière op bij de gerechtelijke politie, waar hij 10 jaar lang commissaris-generaal was, daarna ging hij op pensioen.