Welkom in ons mooie dorp DEURNE
Welcome in Deurne
SERVING SUGGESTION
Hoe zouden onze ( boom-naam ? houtisme ? ) plaatsen in het Engels hebben geklonken ?
An Anglo Saxon rendering of our place names
BOMEN IN DE PEELSTREEK "Reize door de Majorij" 1798 Ds Hanewinkel.
Het verpachten van den Houtscat 1467 in Pedeland
Dol op (Aesc-donk ( Asdonk ) - Ehs-tung/ten) Asten ( dohl up Aahsten ) (1221 Hastene) ( Eng: Ashton, Austen, Asten )
Dol op de veurste (= first) Heusden (huis/t/duin - donk - dam) (Op/Oud Heusden - Eng: Housetown - Houston ? )
Dol op Esdonk ( esdoorn asdonk ) ( Eng: Ashton, Austen, Asten )
Dol op De Berken Berkendonk ( Eng: Birkenhead, Birchton )
Dol op de Hazeldonk ( Eng: Hazelton )
Dol op de Olmen (d'ommelen) Ommel ( Eng: Elmsford )
Dol op Fleodrodum 721 ( Fliewderden) Vliederdonk Vlienderen ( Blaeu ) Vlierden ( Eng: Elton, Ellerton, Alderton )
oud Duits FLIEDER: Seine Früchte bezeichnet man auch als Fliederbeeren, was auf seinen alten deutschen Namen Flieder zurückzuführen ist, der erst später auf den heutigen Flieder (=Syringa) überging
( SOMEREN is geen boom-naam. In de nabijheid van het langgerekte Soemeer, (tussen Meijel en Sevenum ) ... een gebruikelijke spelling van 7 was 'seuven' ( soe ve(e)n - soe = zoei ? / zuwe ) Op oude kaarten staan steevast exact 7 meren ( moeren ) getekend .... Soemoer ? In deze omgeving: Soemeer & Sevenum (Soevenen / Soevennen ) 1367 giftbrief van Hendrik van Cuijk geeft de gehele "gemeynte van Asten gelegen binnen deese paalen, van den Drank tot Aesstappen den geregten ( = rechte) vliet op, tot Ruth den Rade, en van Ruth voort den geregten vliet op tot Sint Wilborts Put op Luttel Myel (=klein Meijel), ende van daer tot Amselo, en van Amselo tot Seven Meeren, en van Seven Meeren tot 's Hertogenpael toe, en van dien pael aff to Wielput, en van Wielput den geregten stroom nederwaerts tot geenen spleet, toe, daer die twee Aaen (2 rivierbeken) vergaederen (=samenkomen), ende van die spleet den gerecgten vliet op tot Aestappen ten Dranck weder toe."
Dol op Bakel (8ste eeuw: Baclaos [Bakelaus] - Bagalos(o) / in Culemborg vond ik nog het Bakelbos (welk men ook varkensbos noemde). Middelnederlands Baken = varken (zie ook Biggelaar, Begelaar (Begeler - Belgeren (in Vlierden)) In het plaatselijke dialect: 'baag' = big (vgl: Duits Bagge (= zeug), Engels Pig - bacon / baken. BAKEL zou varkensbos (varkensbossen) kunnen hebben betekenen ... het was eertijds een vochtiger gebied .... alle bossen in deze streken waren in de Middeleeuwen reeds verdwenen. In de Frankische tijd (Pepijn) was er bovendien een koninklijk buiten (en dat zal daar niet voor niets geweest zijn - jacht op wilde zwijnen ?).
uit GESCHIEDKUNDIG MENGELWERK dl 2 1841 G. R. Hermans (p 218): citaat uit middeleeuws gedicht uit West Brabant "Deensche baken, deensche ulecken, Die harde dicke waren van specken, Rentvleesch ende scapen, mede, Dat herde wit was in den snede."
Bakenbos Bakelbos
uit: J.G. Kikkert De Brabanders Oorsprong en geschiedenis van De Brabanders
MCMLXXX Elsevier Nederland B.V., Amsterdam/Brussel D/MCMLXXX/0199/812 ISBN 90 10 03199 3:
p 32: "Deze Brabanders, door Caesar enigszins denigrerend aangeduid als 'varkensmesters'" - p 68 (spelling meervoud -a = en / s) 'Hebban olla vogala nestas hagunnan, hinase hic anda thu', wat letterlijk betekent: 'Hebben alle vogels nesten begonnen, het-en-zij (behalve) ik en jij' (de eerste Nederlandse zin die is overgeleverd: 8ste / gde eeuw: Brabant) (einde citaten Kikkert)
het verdwijnen van de bomen en bossen
in de 8 / 9de eeuw deed de metalen ploegschaar en kouter (snijmes) haar intrede (volgens Kikkert) in deze streken en begon de cultivering van de woeste gronden, te beginnen bij de bossen (het Kolenwoud in België, en later ook de vruchtbare gebieden elders, zoals de rand van de Peel). Van het hout, eikenbossen waarvan de varkens leefden, bouwde men huizen en varkenshokken. In deze tijd moet men de eerste nederzettingen (versterkte woonhuizen) verwachten.
over de verscheidene spellingen van de naam DEURNE
Dol op Durninum 721, Dörn(er), Doerne, Deursen, Doren, Doirne, ( Doorssen ) Doorne, Deurzen, Deurne ( Eng: Thorne )
HERLEIDING van DOORN etymology
doorn zn. ‘stekel’ categorie: erfwoord Onl. zn. thurn, thorn ‘doorn’ (en bn. thurnin ‘doornig, van doornen’) in plaatsnamen als Durninu[m] ‘Deurne NB’ [721; Künzel 109], Thurne ‘id.’ [1100–1110; Künzel 109], Thornspiic ‘Doornspijk’ [796; Künzel 115], thorna (mv.) ‘dorens’ [10e eeuw; W.Ps.], thorn [1100; Will.]; mnl. dorn, doren [1240; Bern.]. Os. thorn; ohd. dorn (nhd. Dorn); ofri. (bn.) thornen ‘(van) doornen’; oe. þorn (ne. thorn) ‘doorn’; on. þorn (nzw. torn) ‘doorn’; got. þaurnus; < pgm. *þurnu- ‘doorn, stekel’. Pgm. *þurnu- wijst op pie. *trn-. Het zou dan verwant kunnen zijn met Sanskrit trnam ‘grasspriet’(?); Oudkerkslavisch trunu (> Bulgaars tarn ‘doorn’); Grieks térnaks ‘kaktusstengel’ (?), van pie. *(s)ter- ‘stijf zijn’(?) (IEW 1031), zie star 1. Fries cognaat: toarn, toarne, doarne
Ik geef hierbij de Engelse vertalingen om aan te geven dat rond AD 800 het de Angel-saxen gewoon was boomnamen te kiezen voor plaatsaanduidingen ( zij vestigden zich toen in Engeland vanuit het vasteland van Europa N. Duitsland )
In het Oud Engels ( de oudste ( voor 800 AD ) substantiële bron voor talen uit deze omgeving ) vindt men pricthorn ( een doorn met prikkels ) en thorn ( een doorn zonder prikkels = kreupelhout ? struikgewas ? ( böskes ) undergrowth ?) het woord voor boom is treow / triu en beam. De onderste laag van de veenlaag die men in de Peel afgroef bestond uit bomen ( voor 10.000 was dit breukgebied begroeid met bomen ). De naamgeving van dit gebied is grotendeels geschiedt na de herbevolking in de laat merovingische tijd ( zoals ik lees in de tentoonstellingskelder van het heemkunde huis Ouwerling in Deurne ) zowat na 600 AD. Bij deze herbevolking had het gebied dus enige honderd jaren de gelegenheid zich te herstellen van de houtkap die er in bevolkte tijden aan vooraf was gegaan. Als de namen Deurne en Venray ( doornen ( bomen ), rade ( gerooid bos)) al in de Romeinse tijd hebben kunnen bestaan heeft men bij de herbevolking ( tenminste ten dele ) de oude benamingen gehandhaafd, en / of bevatte de taal van de herbevolkers de ( oudgermaanse ) woorden: doorn en rade ( Peel > Pedelo > Pedel = -lo ( = bos ) + pede = een niet (dus vóór ) Germaans woord ). In het vochtige gebied rondom Asten groeiden inderdaad essen, lees ik op de site van het kasteel Asten !
Op de volgende pagina's vindt u een kaart van NL BE met daarop de verspreiding van de plaatsnaam DOORN .. aan de overzijde van de vroegere PEEL en in het aangrenzende Duitse gebied is de plaatsnaam -rad ( venray ) ( gerooid bos ) veelvuldig te vinden
DEURNS en ENGELS
Om de verwantschap van het Deurnes en Engels aan te geven geef ik hierbij de volgende woorden: acre - d'n ekker, all-in - alling (geheel, integraal), Ashton / Austen / Asten = Asten, after = 's aafteres ( laat in de middag ), bear = beehr, block house - blokhuis, eaves ( dropping) = euzen(-drup ) (afluisteren in .. ), broom = brem, cow - cuiy ( Scottish ) = koow - keuj ( zuidoost brabants ), ewes - d'eeuwsels ( d'uwsel - d'n euzel = ooienwei - ( ovis - owie/iejoew ) ), ( ? fetch ( I'll just go and fetch it for you ) = ik sal't es vur uw goon vatte ? ) first - veurste heusden, foot / feet = voowt / veujt, on Fridays = fraaidis , fuck = foeke(pot), go / do = goon doow, haulage =hohle (NL halen), Hatfield = 't Haa(i)tfelt (Heideveld), handy ( convenient to use ) = hendig ( 't altaid hendig um ne jas baj euw te hebben azzut rehgent, ( hearth = d'n hert, (out)house = heuske (wc), ( island = 'n aailand, now = naauw ( NL nu ), rake ( the Rake's Progress William Hogarth ) = rèèk ( hooi hark & onhandig / onhandelabaar persoon ), rush(es) - röss (Duits: Rasen) = graszode, bovenlaag, ( ? sewer = soeloop / soemeer ( Someren / ? ) = zooi / zoei / zoeike NL: zuwe / zouw ? ), sheep / sheep= schoohp / schoohp, shop / workshop / toolshop = in de schop, strickle - (wet)strikkel ( = slijpsteen ), straw = strowwe, (Jack Straw) soft = zoohft, stripes / strip of land = Strijpen (straipe ), tether - tèèr ( paaltje waaran een dier werd vastgebonden om te grazen = NL tuieren ), there ( you are ) = dèr ( door heddegut ), tilling the land = teulen, telen (egg)tray = (eehr) triiske ?, touting = teuten / toddenman ? ( duits Tödden ), ( weir - van de Weyer (( van de Weehr ) = vijver ) ? ), wit = wiiten (weten)
Wegwijzer Nederlandse Naamkunde
volgende / next