| Oud-Noorse / Germaanse Mythologie De meeste uit Noord- en Oost-Europa afkomstige mythen zijn afkomstig uit Germaanse bronnen, en dan voornamelijk van Scandinavische afkomst. Veel van de Germaanse mythologie zou verloren zijn gegaan zonder de IJslandse geleerde en staatsman Snorri Sturluson. Rond het jaar 1200 na Christus schreef hij voor dichters een handboek over de wereld van de Goden, met gedetailleerde uitweidingen over de oude mythen, dat nu bekend staat als de Proza Edda. Hij vertelde de verhalen na uit het tijdperk van de Vikingen, dat van ongeveer 750 AD tot ongeveer 1050 AD duurde, en waarin een verhaaltraditie was ontstaan rond de belevenissen van onder anderen Odin, Thor en Loki. Andere bronnen zijn de Poëtische Edda, of 'Elder Edda', een reeks gedichten, waarvan de ouderdom moeilijk vast te stellen is, maar in ieder geval van voor 1300, afkomstig uit de Deense konklijke bibliotheek en als laatste de bewaard gebleven werken van de hofdichters uit die tijd, de Skaldenpoëzie. De Vikingen vereerden onder anderen hun eenogige god Odin (bij de Germanen meestal Wodan of Wotan genoemd), de 'Vader van de gevallenen', die zich tezamen met de vruchtbaarheidsgodin Freyja over de gevallenen op het slagveld ontfermde. Odin verzamelde de beste krijgers na hun heldendood in de zalen van Valhalla. Niet zelden had hij zelf een hand in hun ondergang. Zij moesten de goden steunen in de laatste beslissende slag, Ragnarok. Een profetie had voorspeld dat deze slag tussen de meeste goden en een onder aanvoering van de vuurgod Loki staand leger van ijsreuzen, doden en monsters, waaronder de wolf Fenrir en de wereldslang Jormungand, beiden Loki's nageslacht, tot de ondergang van de meeste goden zou leiden. Odin zelf zou door Fenrir gedood worden. De 'tijd van het zwaard' die tot Ragnarok zou leiden moet de Vikingen zijn voorgekomen als de tijd waarin zij zelf leefden. Anderen dan strijders vereerden een ander dan de sinistere Odin, namelijk zijn meer recht doorzee zijnde zoon Thor. Thor was een god waarop men kon vertrouwen. Zijn hamer Mjollnir bezat de vernietigende kracht van de donder, maar kon ook de doden tot leven wekken. Thor werd tegen het einde van de Vikingtijd, ongeveer een eeuw voordat Scandinavië gekerstend werd, dan ook een belangrijker god dan Odin. Dreki |