Het was eens op een warme zomerdag
,
Zonnekracht bleef maar doordouwen
Toen was het dat jullie mij naakt hebben kunnen aanschouwen.
Nooit in mijn leven zal ik het ooit kunnen vergeten
Wat ik toen van jullie heb gekregen
een mooi wit schoon afgekloven bot
Waarschijnlijk van iemand die bij jullie is overleden.
Toen zwom ringslang voor het eerst langs mijn snuit
En Besefte ik de waarde van mijn buit.
Nee hiermee is dit gedicht of
woordenspel in rijm nog niet uit.
In de tijd van Gopi's en Arjuna
maakte men van zo'n bot een fluit
Misschien noemde men het ook een ellepijp,
en werd geboren de Goudse of wel de Vredespijp
De bot , een pijp, een bloed kanaal,
ofwel misschien een channel symbool
Afijn hoe men het ook noemen
wil voor mij is dit geen Apenkool.

Oh Zwaan.!
Oh Zwaan,? weten jullie nog met volle maan.? Wie kwam er aan, met brood die nacht, wie kwam er aan.?
Juist jullie weten het wel Budhy die rare Javaan In de mensenwereld een computersjamaan
Hij sprak jullie met tranen toe
Wat was ik De wereld toch toen moe
Nooit zal ik het vergeten
hoe we met z'n allen van het brood hebben gegeten
Vandaar dat ik nu tegen mensen zeggen wil,
zoek je troost,?
Ga naar de zwanen,
zij zwemmen er tussen door en zijn het godenkroost.
Voorlopig wil ik het hierbij laten want er valt nog wel meer over mijn vriendjes
de zwanen te praten
Maar ik hoop op meer dichtende resultaten
En vraag;
Zijn er nog andere Zwaansgedicht Kandidaten,???
Budhy
Zwaan geef mij een naam,
ik zie jou in de verte gaan.
Vogel van de Goden,
jij was voor mij de bode.
Mijn ziel begreep jouw roep,
wij maken deel uit van de zelfde groep.
Het Witte broederschap is hier overal om ons heen,
lichtbrengend aan iedereen.
Een ieder beginnend als lelijk eendje
zal men na vele levens als mooi zwaan
door het leven verder gaan.
Eugenie
Mag het ook ietsie minder zijn ? 
Want mijn vriendjes zijn heel klein,
T,zijn dus merels mezen roodborst en een winterkoning,
Daar geniet ik van vanuit mijn woning
S,zomers komt er zelfs een in mijn keuken,
om het leven op te leuken
Dineke
Twee zwanen trots en fier gleden door het water,
hun kroost, vijf kuikens, nog heel broos, volgden even later.
De kleintjes, vonden pa en ma, moesten nog veel leren,
om hun krachten, in het hier en nu, vol wijsheid te beheren.
Zo vormden zij de letter V een rimpling in het water.
Rob