Erfelijkheid
Bij konijnen is de zwarte pelskleur dominant over blauw of bruin.Wanneer een fokzuivere (d.w.z. de erffactoren voor zwart zijn dubbel aanwezig) ram of voedster gespaard wordt met een bruine of blauwe (eveneens fokzuivere) voedster of ram , dan zullen alle jongen zwart van kleur zijn.Zwart vererft dus dominant t.o.v. bruin of blauw , omgekeerd vererft bruin en blauw recessief (ze verdwijnen schijnbaar) t.o.v. zwart.Deze nakomelingen zijn niet meer fokzuiver.Zij zijn uiterlijk zwart,maar hebben tevens de erffactor voor blauw of bruin. Wanneer deze nakomelingen onderling gepaard worden zal gemiddeld 1 op de 4 jongen weer blauw of bruin zijn.
Jonge konijntjes: 
de eerste 10 dagen slapen ze de hele dag door.Na een paar dagen begint de vacht ook te groeien.
Als ze 14 dagen zijn,zouden alle oogjes open moeten zijn,en zouden ze het nest uit moeten gaan komen.
Met 3 weken beginnen ze hooi en voer van mama mee.Met 4 weken eten ze droogvoer,maar drinken nog steeds moedermelk.
Geschikte groentes voor een konijn:
- broccoli
- basilicum
- boerenkool
- waterkers
- paksoi
- wortel+loof
- andijvie
- witlof
- peterselie (niet teveel)
- paardebloemen
- selderij (niet te veel)
- zuring (zeer beperkt)
- mosterdblaadjes
- weegbree
- romeinse sla
- wilde archillea
- spinazie (beperkt)
Niet geschikte groentes:
- Bieslook
- Prei
- Ui
- Knoflook
- Rabarber
- Kool
- Aardappel(schillen)
Algemeen VLAAMSE REUS
Land van oorsprong: Belgie
Bijzonderheden
Hoewel Vlaamse Reuzen mateloos populair zijn bij fokkers en ze meestal in groten getale op tentoonstellingen over de hele wereld te zien zijn, zijn de dieren niet erg in trek als huisdier voor kinderen. Het nadeel van het houden van Vlaamse Reuzen is namelijk dat ze duurder in onderhoud zijn dan andere rassen. Ze hebben een ruim bemeten hok nodig en eten relatief veel. Door hun zwaarte zijn ze door kinderen niet eenvoudig te verzorgen.
Korte geschiedenis van het ras
In België werd het ras al in de vroege 19e eeuw min of meer raszuiver gefokt. Algemeen wordt aangenomen dat de Vlaamse Reus afstamt van een ander groot konijn dat inmiddels is uitgestorven: De Patagoniër. De Patagoniër kwam veel voor in België, maar ook in Frankrijk. Volgens verschillende bronnen zou de Vlaamse Reus, al in de 16e eeuw zo goed als raszuiver zijn gefokt in de streken rondom Gendt, er zouden in die tijd ook al diverse clubs zijn geweest die zich bezighielden mit dit ras. In 1880 bleken ook konijnenliefhebbers uit andere landen interesse te hebben voor dit ras, aangezien de eerste geregistreerde exporten naar Duitsland uit dat jaar stammen. Aanvankelijk werden ze alleen in haaskleur en ijzergrauw gefokt, de witte dieren kwamen pas later.
Nog meer kleuren zijn ontstaan door kruisingen met andere rassen, zoals Lotharingers en Van Beverens. Inmiddels zijn er vele pelskleuren bij de Vlaamse Reus bekend en heeft het ras liefhebbers over de hele wereld.
Rasbeschrijving
BOUW: De Vlaamse Reus bezit een lang en breed lichaam. De poten dienen fors, sterk en niet te lang zijn. De rugbelijning is in ruststand recht, met een brede soepele afgeronde achterhand. Van boven gezien heeft het lichaam de vorm van een rechthoek. de brede schouders en borst vormen met de goed ontwikkelde ribbenpartij en de gevulde achterhand deze rechthoek. (bij vrouwelijke dieren is een kleine enkelvoudige wam toegestaan welke direct onder de kin is geplaatst).
KOP: De kop is krachtig ontwikkeld, met breed voorhoofd, goed ontwikkeld neusbeen, brede snuitpartij, en goed ontwikkelde onderkaak en wangen.
OREN: De oren zijn fors en vlezig en aan de toppen mooi lepelvormig afgerond. De oren worden nauwsluitend V-vormig gedragen. Hiervoor is een krachtige inplanting van de oren een noodzaak. de minimum lengte bedraagt 17 cm. Ideale oorlengte is 19 cm.
Vacht: Het is een normale beharing. Deze beharing is rijk aan onderwol: ze mag niet te lang of te wollig zijn. De ideale vachtsconditie bij het tentoonstellingsdier is een geheel doorgehaarde vacht, zonder dun behaard of kaal plekje. de verharing herkent men duidelijk aan het grannenhaar, het oude afstervende en het nagroeiende, krachtig gekleurde haar is zichtbaar en te onderscheiden. Niet enkele in het rond vliegende haren, maar flink loslatend haar is als verharing te beschouwen. De vacht dient vol ingehaard, glanzend en aanliggend zijn.
KLEUR: Haaskleur, Konijngrijs, IJzergrauw, Blauwgrijs, Blauwgrauw, Zwart, Blauw, Geel en Wit.
GEWICHT: Het minimum gewicht bedraagt 6 kilo. Een volgroeid dier zal ongeveer 7,5 kilo wegen.
Karakter:
De meeste Vlaamse Reuzen kenmerken zich door het goedmoedige, betrouwbare en rustige karakter
Konijnen geluiden
Konijnen zijn niet erg vocaal, maar ze kunnen verschillende geluiden maken die verschillende gevoelens uitdrukken:
Stampen met de achterpootjes – dit geluid wordt geassocieerd met angst en het is een manier om anderen in de omgeving te waarschuwen voor gevaar. Dominante konijnen zullen ook stampen om aandacht te krijgen.
Blazen, grommen of mompelen – meestal wijst dit op agressie en het gaat vaak vooraf aan een aanval. Het geeft meestal aan dat het konijn zich bedreigd voelt of dat hij zijn territorium wil afbakenen.
Tandenknarsen – zacht knarsen of knorren betekent dat je konijn blij is (dit gebeurt vaak als hij wordt gekriebeld of geaaid). Luid knarsen is, net als luid piepen, een teken van intense pijn – het kan ook gevaar betekenen.
Giftige planten voor konijnen:
Klimop
Vlierstruik
Iris
Bitterzoet (Houten nachtschade)
Hulst
Boterbloemen
Vingerhoedskruid
Clematis
